Paarse dovenetel

Lamium purpureum

Klasse: Spermatopsida
Clade: Bedektzadigen
Orde: Lamiales
Familie: Lamiaceae (lipbloemige)
Geslacht: Lamium
Soort: Lamium purpureum (Paarse dovenetel)
paarse dovenetel paarse dovenetel

De Paarse dovenetel is een lage tot zeer lage eenjarige plant die gedurende een groot deel van het jaar kan kiemen en van het voorjaar tot de herfst, soms ook ‘s winters, in bloei te vinden is. Het plantje wordt niet groter dan 10 tot 30 cm. De kleine paarse lipbloemen vallen op en ook de paars aangelopen bladeren. De vaak nietige planten zijn een opmerkelijke verschijning in ons leefmilieu. In de tuin staan ze soms tussen de kieren van de bestrating en dan is het “onkruid”. Totdat je beter kijkt en ziet dat het een hele mooie bloemvorm heeft.

De kruisgewijs tegenover elkaar staande bladeren zijn regelmatig gekarteld. De onderste stengelbladeren zijn eirond tot driehoekig. De hogere stengelbladeren zijn langer dan breed, eirond of ruitvormig. Deze bovenste bladeren zijn vaak paarsig aangelopen, wat de kleur van het bloeiend gedeelte versterkt. De stengel is vierkant op doorsnede.

De roodpaarse bloemkronen steken schuin omhoog in de pyramidale bloeiwijze. Ze hebben een rechte buis en de twee zijslippen dragen een draadvormig tandje. De helmknoppen vallen op door het oranje pollen. De bloemkronen zijn 1-2 cm lang en hebben van binnen geen haarring. De vergroeide vijftandige kelk is 5-8 mm groot, waarbij de tanden gelijk van lengte zijn en ongeveer dezelfde grootte hebben als de buis. De bloemen produceren nectar en trekken daarmee insecten aan die voor de bestuiving zorgen. De nootjes dragen een zogenaamd mierenbroodje, een oliehoudend aanhangsel. Deze nootjes worden door mieren versleept en zo verspreid.

Paarse dovenetel komt voor in bijna heel Europa en Zuidwest-Azië, en is in Noord-Amerika na invoering ingeburgerd. In het grootste gedeelte van Nederland is zij algemeen; op de Midden-Veluwe, in Midden-Drenthe, Zuidoost Friesland en op de Waddeneilanden wordt zij minder aangetroffen.

Paarse dovenetel komt voor op allerlei grondsoorten, meestal op vrij droge en niet te zware bodem. Staat vaak op kaal getrapte plekken in bemeste, matig droge weilanden, vooral langs heggen en aan de voet van dijken. Op zulke plaatsen staat Paarse dovenetel vaak in gezelschap van Speenkruid en Klimopereprijs. Deze dovenetel houdt ook van een bodem die bewerkt is of waarin gerommeld wordt, zoals in moestuinen en op erven. Je vindt hem ook in bewerkte bermen. Vind je een grote populatie dan kun je ervan uitgaan dat er een te intensief bodemgebruik plaatsvindt. Hij komt ook in de duinen voor, onder hakhout, maar ook langs stoepranden.

De blaadjes van alle dovenetels zijn eetbaar. Pluk jonge blaadjes en meng ze door de sla. De mooi gekleurde bloemen passen prachtig op een rode bieten schotel.

Bron: Wikipedia, Nederlandse Oecologische flora
Foto: Marian Klok

Marian Klok