Overwintering van vlinders

Een winter van het kan vriezen en het kan dooien, dat is de winter van 2018. Midden in maart opnieuw vorst is best bijzonder. Een week eerder was de temperatuur hoog en was de zon regelmatig te zien. Er werden vele honderden vlinders actief. Komen die vlinders als het daarna weer vriezend weer is, om van de kou?

Mensen zijn ongerust en vragen zich af: “Ik zag al vlinders in mijn tuin, en nu gaat het opeens weer vriezen. Gaan ze nu dood en krijgen we een slecht vlinderjaar?” Deze reacties zijn begrijpelijk, want we associëren vlinders vooral met voorjaar, warmte en zon.

vlinders

De vlinderoverwinteraars Citroenvlinder & Kleine vos (boven) en Dagpauwoog & Gehakkelde aurelia onder,

Het plaatje hierboven laat enkele ‘vlinderoverwinteraars’ zien. De vier genoemde soorten zijn in de winter als vlinder in Nederland aanwezig en zijn in die periode in winterslaap. Daardoor kunnen ze lage temperaturen prima overleven.

De Citroenvlinder wordt het meest gezien, in een periode als het in de winter even warm is. De felgele mannetjes zijn dan ook erg opvallend als ze patrouilleren langs bospaden en door tuinen. Ook Kleine vos en Dagpauwoog worden gezien als het voorjaar even om de hoek kijkt. Zo ook de Gehakkelde aurelia en de Atalanta. Die laatste houdt geen winterslaap, maar kan de winter hier, als die niet al te zwaar is wel overleven.

Over al deze vlinders maken we ons geen zorgen, want een graad of vijf vorst zullen ze waarschijnlijk goed kunnen hebben. Ze gaan dan wel helemaal in rust en ze zoeken beschutte plekken op, waar minder uitstraling is en de temperatuur dus niet zo laag wordt.

vlinders

Drie popoverwinteraars: Klein Koolwitje, Oranjetipje en Bont zandoogje

Met vlinders die als pop overwinteren gaat het anders. Die zijn niet gebouwd om een hele koude periode te doorstaan, maar ook zij zullen waarschijnlijk temperaturen van -5 gr C wel aankunnen.

Maar er zijn meer redenen waarom we niet bang hoeven te zijn voor minder vlinders in Nederland door een koude winter. Er zijn vlinders die voor het kou wordt naar warmer oorden trekken.

Vlindertrek is het verschijnsel dat vlinders zich periodiek in één richting bewegen, waarbij ze over grote afstanden doorvliegen. Een scherpe omgrenzing is er niet. Individuen zwerven altijd wel binnen hun verspreidingsgebied. Het Groot koolwitje bijvoorbeeld verplaatst zich soms massaal binnen zijn verspreidingsgebied. Er zijn daarnaast soorten waarbij het verspreidingsgebied in de zomer veel groter is dan in de winter. Zulke soorten sterven elke winter op bepaalde plaatsen uit en veroveren die weer, via een gerichte migratie, de zomer erop.

In het laatste geval lijkt de vlindertrek wat op de vogeltrek. Er zijn echter verschillen. Bij vogeltrek gaat het om een migratie tussen voortplantingsgebied en overwinteringsgebied. Het zijn dezelfde individuen die tijdens hun leven verschillende malen heen en weer vliegen.

Vlindertrek is dus niet hetzelfde als Vogeltrek. Bij vlindertrek vindt zowel in het zomer- als in het wintergebied voortplanting plaats. Het zomergebied is 's winters leeg, maar het omgekeerde is niet het geval. Individuele vlinders leggen de tocht maar één keer af, in één richting.

In Nederland komen 55 soorten vlinders voor, zowel dag- als nachtvlinders, die hier de winter niet kunnen overleven, maar uit het zuiden komen aanvliegen. Mogelijk vliegt een aantal nakomelingen terug naar het zuiden, maar voor het overleven van de soort is dit niet van betekenis. Sommige soorten zijn hier 's zomers zo algemeen, dat we ons niet kunnen voorstellen dat er in de winter geen eieren, rupsen, poppen of vlinders van zijn te vinden. Dat geldt de Atalanta (Vanessa atalanta).

Andere soorten komen hier jaarlijks voor, maar in sterk wisselende aantallen. We hebben het dan over soorten als de Distelvlinder.

distelvlinder

 

Distelvlinder                           

atalanta             

Atalanta

Bronnen: Naturetoday, Vlinderstichting

Foto’s Kars Veling

Wim van Vliet