Olie of zo…?

Als oplettende wandelaars in de natuur heb je vast onderstaande natuurbeleving weleens meegemaakt. Je loopt langs een watertje of vennetje en je ziet een plekje met iriserende, olieachtige film op het wateroppervlak. Eerste reactie: 
“Hè bah, heeft er weer iemand olie gemorst en nog wel midden in een natuurgebied!”

ijzerhoudende kwelDat zou zo maar kunnen, vooral als je banden-sporen en/of omgezaagde bomen vlakbij ziet.

Maar als je geen sporen van mechanisch geweld in de buurt ziet en er drijft toch zo’n regenboogvliesje op het water, wat zou er dan aan de hand kunnen zijn?

U kunt er zelf snel achter komen of uw verontwaardiging terecht is of niet, nl.
Men dope de rechter- of linker wijsvinger ergens midden in de “oliefilm”,
haalt hem er weer uit en aanschouwt het resultaat. Dat kan zijn:

  1. De film sluit weer keurig aaneen, alsof er geen vinger aan te pas kwam, of
  2. De film wijkt uiteen en blijft ‘in stukken gebroken’ achter.

Wel, in geval a. hebben we met een olieachtige substantie te maken en kunt u bij de betreffende boswachter eventueel uw bevindingen achter laten.

En in geval b. heeft de boswachter toch nog een rustige dag.
U ziet namelijk het resultaat van een chemisch proces wat ouder is dan de weg naar Kralingen.

Het water waarop die “oliefilm” drijft zou wel eens (voor een deel) uit kwelwater kunnen bestaan. Op zandgronden bevat dit kwel opgeloste ijzermoleculen die, als zij aan de oppervlakte komen, reageren met CO2 uit de lucht tot ijzercar-bonaat. Deze ijzermoleculen kunnen ook met eventueel aanwezige fosfaten (wasmiddelen) reageren tot ijzerfosfaat.

Beide ijzerverbindingen lossen niet op in water en drijven op het oppervlak ten gevolge van de oppervlaktespanning. De samengeklonterde carbonaat-  en/of fosfaatmoleculen zijn bovendien transparant.

Zo, daar kan je voorlopig even mee voor de dag komen, als je de geschetste situatie tijdens de door u geleide excursie tegenkomt…..toch!?

Echter, bovenstaande verklaart nog niet de iriserende tinten. In beide gevallen, olie of die moleculen, ontstaan die tinten door breking en terugkaatsing van het (zon)licht dat erop valt. En in ons geval is die laag heel erg dun, …….molecuuldun.

In tekening 1 zie je dat een relatief dikke laag,  bv. een olieproduct, niet die irisatie vertoont. Het invallende licht wordt met dezelfde kleur (grotendeels) teruggekaatst en het resultaat hangt af van de tint van de lucht boven je hoofd.

ijzerhoudende kwel ijzerhoudende kwel

Maar als de dikte van die laag nagenoeg overeenkomt met de golflengte van het licht, dus zeker die van de moleculair dunne laag fosfaten en carbonaten, dan is het bingo. Zie tekening 2.

De reflecterende lichtstralen op beide vlakken van de laag beïnvloeden elkaar dan zodanig dat  er kleurverstrooiing plaatsvindt…het  mooie iriserende kleurenpatroon openbaart zich.

Zo, nu zijn ook die mooie kleuren verklaard, maar het blijft wel (wijs)vingerwerk om uitsluitsel te geven omtrent de samenstelling. En je kunt er het jaar rond dit fenomeen behandelen, behalve als er ijs ligt, maar dan heeft men toch handschoenen aan.

Bron: O.a. uit: www.natuurpunt.be

Willem Prins