Noordse stormvogel

Fulmaris glacialis

Noordse stormvogelLaatst las ik ergens dat de wetenschappelijke naam van de Noordse stormvogel ‘stinkmeeuw van de ijsgebieden’ betekent. Dat intrigeerde me, stinkmeeuw? Wie ruikt ‘m nou als ie veelal voorkomt op het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan?

Deze naam komt voort uit het gedrag van de vogel in broedtijd, wanneer hij een belager wegjaagt door deze met een stinkende vette vloeistof (een muskusgeur) te bespugen. 'Noordse' duidt er op dat de vogel zoals gezegd vooral voorkomt op het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Het is een koloniebroeder die broedt op richels, ook wel in holen en rotsspleten waarbij hij geen nest bouwt. Hij legt maar één keer één ei in de periode tussen mei en september. De Noordse stormvogel eet vooral vis (zoals wijting en zandspiering), maar ook inktvis, zoöplankton (vooral vlokreeften), kwallen, visafval en aas.

De vogels is een uitmuntende vlieger en door zijn aanwezigheid boven zee tijdens slecht weer kreeg de vogel de naam Stormvogel. Storm kan overigens een behoorlijke impact hebben op vogels. Althans, wanneer ze dan gaan vliegen. De meeste vogels blijven dan ook aan de grond wanneer er een storm opsteekt en zullen zich verschuilen. Het verschilt overigens per soort wat het moment is om niet meer op te stijgen. Je kunt je voorstellen dat een Jan van Gent óf de Noordse stormvogel (die zijn naam eer aan doet) nog wel opstijgen als het fors waait, maar dat een koolmeesje al eerder aan de grond blijft. Veel zeevogels blijven tot een behoorlijk hoge windkracht actief. Maar er zal geen vogel meer in de lucht vertoeven wanneer er orkaankrachten zijn. De vogels die niet meer vliegen, zoeken een schuilplaats op. Zangvogels zoeken beschutting tussen de struiken of in de bomen. Stadsvogels schuilen in de luwte van huizen en gebouwen. En watervogels verschuilen zich tussen het riet. Zo'n schuilplaats kun je zien als een microhabitat met zeer gunstige condities. Het kan er zo goed als windstil zijn en het is er vaak droog.

Door de wind en regen tijdens een storm kan het flink afkoelen. Om niet onderkoeld te raken kunnen sommige vogels hun donsveren opzetten waardoor ze beter geïsoleerd zijn. Bovendien hebben vogels speciale poten die goed tegen de kou kunnen. Hierdoor verliezen ze amper lichaamswarmte aan de koude ondergrond.

De pootjes van een vogel zijn niet bedekt met isolerende veertjes zoals de rest van het lichaam. In de winter moeten vogels er voor zorgen dat de pootjes net niet bevriezen, maar ook dat ze niet te veel warmte verliezen via deze naakte uitsteeksels. Ze regelen dat met hun bloedsomloop waardoor de poten altijd net een paar graden boven de omgevingstemperatuur blijven. Deze bloedsomloop wordt het wondernet genoemd en is gebaseerd op het tegenstroomprincipe.

In de poten van een vogel stroomt het warme bloed vanuit het lichaam zeer dicht langs de ader met afgekoeld bloed dat op de terugweg is naar het hart. De bloedvaten liggen zo dicht bij elkaar dat het warme bloed het koude bloed opwarmt. Het warme bloed dat omlaag stroomt wordt steeds kouder, terwijl het koude bloed dat naar boven stroomt steeds warmer wordt. Op deze manier blijft veel warmte voor het lichaam behouden. Nog opvallender is het dat de ader die het bloed laat terugkeren naar het lichaam in de winter ergens anders ligt dan in de zomer. In de winter verplaatst deze ader zich van de huid naar de kern van de poot, zodat er nog minder warmte verloren gaat. Bovendien vernauwen de bloedvaatjes in de huid zich en ook dat zorgt ervoor dat de warmte in het lichaam zelf blijft. Een vogelpoot kan straffeloos worden afgeknepen omdat hij geen spieren bevat, alleen pezen. De poot heeft maar weinig energie nodig. Als het koud is kan de bloedtoevoer daarom beperkt blijven tot dat wat nodig is voor vervanging van de huid en nagels. De poten van een vogel zijn dus wat kouder, maar omdat er bloed blijft stromen, kunnen ze niet bevriezen.

Tot slot zouden sommige vogels de komst van een storm kunnen aanvoelen door subtiele veranderingen in de luchtdruk. Het lijkt erop dat deze vogels kort van te voren extra veel eten zodat ze de storm kunnen uitzitten. Dit heeft wel een nadeel: van een volle buik wordt de vogel langzaam en zwaar. Dus alleen als er een storm komt, eten ze even zo veel mogelijk.

 

Bronnen:
www.vogelbescherming.nl

https://vroegevogels.bnnvara.nl/
Boek ‘De Nederlandse Vogelnamen en hun betekenis’ van Henk Blok en Herman ter Stege.

Angelique Herrebrugh