Mierenbroodje

Elaiosoom

mierenbroodje                   mierenbroodje                                      

Er zijn nogal wat verschillende verspreidingstechnieken die planten gebruiken om zichzelf te kunnen vermeerderen. Zo is verspreiding van het zaad mogelijk door de wind, dieren, water, mensen, kleven (denk maar eens aan kleefkruid) en door mierenbroodjes. Deze laatste (voor mij fascinerende) techniek behoeft wel enig uitleg. Als je dit letterlijk zou vertalen zou je kunnen zeggen dat er iets lekkers (voedsel) aan een zaadje zit om zo de mier te lokken dit zaadje mee te nemen naar zijn nest. Maar tijdens deze tocht kan het stukje aanhangsel al van het zaad afbreken en zal de mier het zaad achterlaten of anders wordt in het nest van de mier het voedsel van het zaad afgebeten. Het nu overgebleven zaadje wordt weer naar buiten gebracht. Waarna het zaad kan ontkiemen op die plek waar de mier het heeft achtergelaten. Zo werken de mieren mee aan het verspreiden van zaden. Ik kan eigenlijk wel zeggen dat de mier mijn tuinman is. Overigens gaat het maar om een kleine afstand, niet meer dan zo’n twee meter van de plant waar de mier het zaad loslaat.

Deze manier van verspreiden heet Myrmecochorie (Grieks Myrmeco = mier, chorous = verspreiden). Naar schatting wordt ongeveer 15% van de Nederlandse wilde planten door mieren verspreid. Er zijn zelfs planten, zoals de Vingerhelmbloem en het Sneeuwklokje, die buigen hun stengels met de rijpe zaden met een mierenbroodje daaraan naar de grond om er voor te zorgen dat de zaden nog makkelijker voor de mieren bereikbaar zijn.

Een mierenbroodje is een aanhangsel aan zaden of vruchten van sommige plantensoorten, dat als voedsel kan dienen voor mieren. Het mierenbroodje is een uitgroeisel van de zaadhuid en bevat vooral vetten, suiker, vitamine B en C, zetmeel en eiwit. Er zijn ongeveer 15 mierensoorten die de mierenbroodjes als voedsel gebruiken.

Planten die voor hun verspreiding hoegenaamd uitsluitend op mieren zijn aangewezen zijn onder andere de Gaspeldoorn, bergvlas, sterhyacint, vleugeltjesbloem, muurhelmbloem, longkruid, vogelmelk, zwartkoren, parelgras, Drienerfmuur, narcis, dovenetel, nieskruid, duivenkervel, geelster, Sneeuwklokje, Hondsdraf, krokus, Tandjesgras, Rankende helmbloem, Stinkende gauwe, Herfsttijloos, Bernagie, zenegroen, ossentong en anemoon.

Bronnen: Wikipedia, vroegevogel.nl

Jolanda Groenenberg