Meidoorn (eenstijlig)

Crataegus monogyna

eenstijlige meidoornDe botanische naam Crataegus komt van het Griekse woord 'kratos' dat kracht betekent wat slaat op de hardheid van het hout. Het is een geslacht van struiken en/of kleine bomen die van nature in Europa voorkomt. Ze kunnen wel 500 jaar oud worden.

Van het geslacht Meidoorn, ook Haagdoorn of Steendoorn genoemd, komen in de Benelux twee soorten inheems voor. Dit zijn de Eénstijlige meidoorn en de Tweestijlige meidoorn wat op de hoeveelheid stijlen in de stampers slaat.
De éénstijlige en tweestijlige meidoorn lijken zo veel op elkaar dat deze soorten vaak worden verward. Toch kun je ze goed uit elkaar houden want het blad van de Eénstijlige meidoorn is dieper ingesneden dan dat van de Tweestijlige.
Er komt echter ook een soortshybride van de Eénstijlige en Tweestijlige meidoorn voor.
De Tweestijlige meidoorn is vrijwel alleen in het oosten van ons land te vinden. In de Duinen van Voorne komt alleen de Eénstijlige meidoorn voor.

De Eénstijlige meidoorn kan tevens een boom worden tot 10m hoog terwijl de Tweestijlige meidoorn een struik is die maximaal 4,5m hoog wordt. Ze bloeien in mei/juni met sterk geurende bloemen. Op de takken zitten doorns, vandaar de benaming Meidoorn.

De Meidoorn werd vanwege de doornen op de takken veel gebruikt als afscheiding op erven en weilanden.

Omdat het hout zeer hard is, wordt het over het algemeen niet gebruikt voor bewerking. In zeldzame gevallen werd er klein handgereedschap of een wandelstok uit gesneden. Voor eggentanden of kamraderen in molens was het dan weer wel goed geschikt. Door z'n hardheid was het zeer geschikt als "hakblok" voor het slachten van dieren, maar ook voor menselijke terechtstellingen.

Diverse volkse weetjes en oude gebruiken
De Meidoorn is sinds mensenheugenis een boom geweest met bijzondere toegewezen krachten, die men met de nodige omzichtigheid moest benaderen.
Het omhakken van de boom zou ongeluk of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.


Ook bij de Kelten bestaat er een sage die zegt dat de Meidoorn uit de bliksem is ontstaan en daarmee het heilige vuur in zijn takken bewaart. Niemand kan vervolgens ongestraft een Meidoorn vellen, want dit zou de hogere machten mishagen. Doordat de Meidoorn door een blikseminslag ontstaan zou zijn, werd hij bij begrafenisvuren ritueel gebruikt. De kracht van de heilige rook zou de overledene rechtstreeks naar de hemel brengen.
Om beheksing van de boter te voorkomen was het gebruikelijk de melkkruiken met een tak van Meidoorn te slaan voor het karnen.  

Likeur anno 1775: Je plukt een pot vol verse bloesems en een paar blaadjes. Hierna overgiet je alles met brandewijn. Het geheel goed afsluiten en 3 maanden laten trekken. Wel regelmatig schudden. Hierna voeg je, naar smaak, suiker toe en laat je alles nog een paar weken trekken.    

In de lente vers geplukte blaadjes kunnen in salades verwerkt worden gezien als een weldaad voor het hart. De bessen werden tijdens de 1e WO gebruikt als koffiesurrogaat.

Bronnen: www.wikipedia.nl, www.bomenoverleven.nl, www.antenne.be

Jan Willem Rijkenbarg