Lieveheersbeestje

Coccinellidea

lieveheersbeestje                                                                                       

Zondag 21 maart jl., zagen wij tijdens ons bezoek aan ons adoptiegebied een Lieveheersbeestje, het is een kevertje dat zeer geliefd is bij de mens.

Geen enkel diertje kent zoveel verschillende namen als het Lieveheersbeestje: Mariakever, Heiligenkever, Lievevrouwenworpjes, Hemelskoetje, Zonnekever of Gelukskever. Ze worden gezien als voorbeelden van voorspoed en geluk,

In het voorjaar komen de volwassen beestjes te voorschijn. Zij gaan dan onmiddellijk op zoek naar voedsel. Als de beestjes zijn aangesterkt zoeken ze een geschikt gebied om zich voor te planten. In april, mei paren ze. De eitjes worden in groepjes afgezet. De larven die als eerste uitkomen eten vaak hun broertjes en zusjes op. In de zomer kunnen de larven dankzij het warme weer en voldoende voedsel snel groeien. Insecten groeien enkel in deze fase, ze vervellen dan drie keer. Als de larve volgroeid is gaat ze verpoppen. In de pop verandert het beestje in een volwassen dier in juli of augustus kruipt het volwassen beestje uit de pop, zo’n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kunt tijdens de zomer dus twee generaties Lieveheersbeestjes zien.

De kleurige soorten hebben een sterke en vieze geur en smaken slecht, zodat vijanden ze niet gauw zullen eten. Het aantal stippen heeft niets te maken met de leeftijd van het kevertje.

De meeste beestjes leven van bladluizen, dit zijn plantensapzuigende insecten. Zowel de larve als het volwassen kevertje eten heel veel bladluizen, het volwassen diertje eet wel 100 bladluizen per dag.

In de herfst moeten de jonge beestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter.

De kevertjes kruipen met enkelen bijeen. Sommige soorten kruipen in de grond weg of zitten achter schors en in holle stengels, andere soorten overwinteren in schuren en kelders van huizen.

Wil Struijs