Krakeend

Mareca strepera

krakeendKrakeenden zijn nauw verwant aan de Wilde eend en de laatste jaren sterk toegenomen in aantal in Nederland. Tot ongeveer 1960 was de Krakeend een zeldzame broedvogel. Aantallen en verspreiding namen daarna sterk toe, net als elders in West-Europa. Grootschalige ontginning van Oost-Europese broedgebieden gaf wellicht de eerste aanzet tot een uitbreiding over West-Europa. Vervolgens wist hij te profiteren van nieuw aangelegde (of afgedamde en verzoete) wateren. De verspreiding als broedvogel breidt zich nog steeds uit.

Hij zoekt vooral moerasgebieden, duinplassen en open polders met veel grasland en sloten op. Het Quakjeswater in de duinen van Voorne is erg voedselrijk en er zijn in de zomermaanden dan ook volop Krakeenden waar te nemen
De Krakeend zegt geen ‘kwak’, maar ‘krak’. Daar heeft deze eend ook zijn naam aan te danken.

Het mannetje is redelijk van de Wilde eend te onderscheiden. Hij heeft een zwarte snavel; die van de Wilde eend is geel/groen van kleur. Ook heeft hij geen paarsachtige borst zoals de Wilde eend. Van de Krakeend zijn de poten lichter van kleur en ontbreekt de witte halsring. Het beste kenmerk om het mannetje van de Wilde eend te onderscheiden is de kop. Die van de Krakeend is bruinachtig grijs en die van de wilde eend is groen.

Het vrouwtje onderscheiden ten opzichte van dat van de Wilde eend is een stuk moeilijker. Het echte verschil is de spiegel. Die is bij de Krakeend wit en bij de Wilde eend blauwachtig. De spiegel is op de foto goed te zien. Verder hebben de Krakeenden een witte buik. De Wilde eend heeft een bruine buik. De poten van de Krakeend zijn geelachtig en die van de Wilde eend roodachtig.

Broeden
Start relatief laat in het jaar met broeden, in de periode mei - juli, en legt dan 8 tot 12 eieren. Broedt in een nest op de grond, goed verstopt tussen droog, dicht en kruidenrijk gras en bladeren. Vaak een eindje van het water af. Broedduur: 24-26 dagen. Broedt in paartjes of losse groepen. Het komt voor dat eieren in het nest van een ander gelegd worden. De jongen kunnen na 45-50 dagen vliegen.

Voedsel
Krakeenden zijn vooral planteneters (bladen, stengels en zaden), maar enig dierlijk voedsel is hen niet vreemd. Vooral tijdens de wintermaanden vormen insecten en bijvoorbeeld weekdieren een rijke aanvulling op hun dieet. Ook kan het zijn dat ze deels 'per ongeluk' worden gegeten, doordat bijvoorbeeld waterdiertjes zich in de vegetatie ophouden.

Vogeltrek
Krakeenden uit het noordelijke deel van het verspreidingsgebied trekken voor de winter naar het zuiden. Meer in het zuidelijk deel van het verspreidingsgebied ook standvogel. Trekt van het gematigde Midden- Europa zo ver als Noord- Afrika.

Bron: vogelbescherming nl.; sovon
Hans Vermeulen