Koolmees

Parus major

Klasse:

Aves (Vogels)

Orde:

Passeriformes (Zangvogels)

Familie:

Paridae (Echte mezen)

Geslacht:

Parus (Koolmezen)

koolmeesDe Vlier in onze tuin heeft zich door de heg met de achterburen heen een plaatsje veroverd naast de Hulst en voor de Klimop. Een ideale plek voor veel vogels. De Vlier hangt boven een afdakje, handig als landingsplaats, vooral als er voedsel gestrooid is. Ook hangt er een voedersilo met pinda’s. Roodborstjes, Merels, Lijsters, Koolmeesjes laten zich daar veel zien. Als je de verrekijker bij de hand hebt zie je hoe de Koolmeesjes ware meesters zijn in het veroveren van de pinda’s. Ze voeren allerlei acrobatische toeren uit om aan hun kostje te komen. De Merels proberen ze wel weg te jagen, maar de Koolmeesjes trekken zich daar weinig van aan.

De Koolmees is een van de meest bekende broedvogels van Nederland. Hij is heel herkenbaar door de zwarte kop, witte wangen en gele onderzijde met zwarte middenstreep, Aan de bovenzijde een mos-groen met witte vleugelstreep en blauwgrijze vleugel. Volwassen koolmezen zijn circa 14 cm. groot, hebben een spanwijdte van 22,5-25,5 cm. en wegen zo’n 17 gram. De zwarte middenstreep op de buik en borst is bij mannetjes breder dan bij vrouwtjes. Ze hebben een heel gevarieerd zang-repertoire en zelfs hartje winter laten zij dit horen. Koolmezen leven vooral in bosrijke gebieden en ze zijn ook heel vaak te zien in tuinen met veel groen. Ze bevinden zich het meest in struikgewas, tussen houtwallen en houtsingels.

Koolmezen kunnen heel goed uv-licht waarnemen. Dit vermogen is essentieel voor het vrouwtje om een mannetje te selecteren. Het zwarte brede streepje is hierbij het belangrijkste deel om indruk te maken en een zo groot mogelijke kans te maken om uitgekozen te worden. Voor de vrouwtjes speelt ook dat een mannetje kan dansen, zingen en voeren een belangrijke rol in de selectie.

Einde voorjaar, begin zomer komt de Koolmees in actie, vanaf het moment dat de dagen gaan lengen begint het mannetje frequent te zingen om indruk te maken op de vrouwtjes. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt en bestaat uit plantaardige materialmen zoals grassen en mos, dierenhaar, wol en veertjes. Paren broeden alleen, het zijn holenbroeders. Wanneer het nest klaar is zal het vrouwtje beginnen met het leggen van één ei per dag. Tot een hoeveelheid van ongeveer 8 tot 10 eitjes zal het vrouwtje nog niet beginnen met broeden. Tijdens het broeden zal het mannetje de taak op zich nemen zijn vrouwtje te voeren. Na twee weken komen de eitjes uit. Broedt vanaf eind april, heeft 1 of 2 legsels per jaar met elk zo’n 8-13 eieren. In de broedtijd eten koolmezen voornamelijk insecten en insectenlarven en nemen ze beide de verantwoordelijkheid voor het voeren van de jongen. Na 16 tot 23 dagen kunnen de jonge vogels het nest verlaten. Dan wordt het voor de ouders een drukke periode om de jongen te leren voedsel te vinden, ze worden bij elkaar gehouden door druk geroep. Jongen leren goed de omgeving kennen waarin ze geboren zijn en zullen daarom ieder jaar in de lente terugkeren naar deze plek.

Bron:    Wikipedia
Vogels in je tuin, Daniela Strauss
Foto:    Wim Klok

Marian Klok