Kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

kardinaalsmutsDe Kardinaalsmuts is een inheemse struik die veel in loofbossen, parken en in duinen wordt aangetroffen.

De naam staat in verband met de vorm van de vruchten, die erg gelijken op het hoofddeksel van een kardinaal. De vruchten bestaan uit een rozerode zaaddoos die, wanneer ze rijp zijn, in het najaar met vier kleppen openspringen en waarbij oranjekleurige zaden (giftig!) aan een witte draad naar beneden hangen.

De zaden worden door vogels, o.a. Roodborst en lijsterachtigen gegeten. Met de poep van de vogels wordt het verspreidingsgebied van de Kardinaalsmuts vergroot.

Een ander opvallend kenmerk zijn de groen gekleurde twijgen, die kruisgewijs tegenover elkaar staan en later geheel met kurklijsten zijn bezet. De struiken bloeien in mei met groengele bloemschermen, die veel honing bevatten.
In het najaar verkleuren de struiken prachtig rood en geel. Het blad valt eerder af dan de bessen, waardoor de felroze vruchten nog beter opvallen.

De struiken worden vaak kaalgevreten door het Kardinaalsmutsstippelmotje.
Uit de afgezette eitjes komen in het voorjaar rupsen te voorschijn die een wit spinsel maken. Vaak is de struik dan helemaal met spinsel ingepakt, waarbinnen de bladeren worden afgevreten. Wanneer de rupsen volgevreten zijn en zich verpoppen, dan heeft de struik rust om te herstellen en loopt weer opnieuw uit.

Simon van der Knaaap