Huiszwaluw

 

(Delichon urbica, 12,5 cm lang) door Gerda Hos

 

Omdat 2018 het jaar van de huiszwaluw is heb ik vorige keer een stukje geschreven over  gierzwaluwen, die toen net terug waren gevlogen naar Afrika. Nu ter afsluiting van dit jaar dan toch nog maar iets over onze huiszwaluwen. Die trouwens als u dit leest ook al vertrokken zijn naar warmere en voedselrijkere oorden. En geef ze eens ongelijk! Eigenlijk zou ik ze zelf ook wel willen volgen, want storm, kou en regen is voor mij elk jaar weer een “dingetje” om te trotseren. Zeker na de prachtige lange zomer van dit jaar. Gelukkig komt de huiszwaluw in april al weer onze kant op en kunnen we opnieuw genieten van dit leuke vogeltje. En ze komen nooit alleen. Het zijn nl. koloniebroeders, die met z’n alle terugkeren naar de nestplaats van vorig jaar. Daar aangekomen beginnen ze gelijk het oude nest te repareren of van modder en stro een nieuw nest te bouwen onder dakranden van huizen of boerderijen. Dit prachtige zangvogeltje heeft een witte buik en blauwachtige rug. En i.t.t. de boerenzwaluw een ondiep gevorkte staart. Na de paring worden er 3 tot 6 eitjes gelegd, die door beide aanstaande ouders bebroed worden. Na ongeveer 14 tot 16 dagen komen de eitjes uit en volgt er een hectische tijd voor pa en ma, die voldoende insecten moeten zien te vangen om al die bekjes te voeren. Deze insecten worden vaak op grote hoogte gevangen. Als de vogels laag boven de grond vliegen wordt er beweerd dat er slecht weer op komst is, maar dat is zeker niet waar. Met het hete weer van de afgelopen zomer vlogen ze ook laag over de akkers, maar regen bleef uit. Helaas deze keer, want het was en bleef erg lang droog. De jongen blijven 20 tot 30 dagen in het nest en maken daarna een korte fladderende glijvlucht naar een zitplek of de grond. Vindt u een jonge zwaluw zet hem dan op een beschutte plek (bijv. een muurtje) en probeer de katten uit de buurt te houden. Hij blijft daar soms de hele dag rustig zitten voor hij wegvliegt. De ouders scheren in die tijd over hem heen, gaan soms bij hem zitten om hem aan te moedigen weg te vliegen. De kunst van het vliegen krijgen ze bij de geboorte mee, alleen de fijnere kneepjes (landen e.d.) moeten aangeleerd worden. Zijn alle jongen uitgevlogen en zelfstandig geworden dan gaan pa en ma aan een tweede broedsel werken. En soms komt er zelfs daarna nog eentje. Zo waren er dit jaar nog heel laat jonge zwaluwtjes in het nest te bewonderen. Grappig is dat alle jongen in het nest blijven slapen. Er is zelfs een keer 13 zwaluwen in 1 nestje geteld. Hoe is het mogelijk! Wel lekker warm en knus! In het najaar trekken ze met z’n alle weer naar het warmere zuiden (Afrika, India). Er wordt gevlogen met een snelheid van wel 30 tot 50 km per uur. En dat voor zo’n klein vogeltje.

Ze hebben het al met al niet makkelijk bij ons. Het vinden van geschikte nestmogelijkheden door renovatie van gebouwen en nieuwbouwhuizen zonder uitstekende dakgoot wordt steeds moeilijker. Ook het vinden van modder om hun nest van te bouwen is een steeds grotere uitdaging. Zeker bij een droog voorjaar en zomer. Vaak ruimen mensen de nesten op vanwege de poepoverlast. Daarna komen de zwaluwen op die plek niet meer terug. En dat terwijl ze zo ontzettend leuk en nuttig zijn. Ze eten vreselijk veel (stekende) insecten, het zijn de voorbodes van de zomer en brengers van geluk. Dus laten we a.u.b. ontzettend zuinig zijn op deze vogeltjes met hun gezellige gekwetter. U kunt ze helpen door kunstnesten tegen de onderkant van uw dakgoot te bevestigen, vooral geen gif te gebruiken tegen hinderlijke insecten (maar dat deed u als natuurliefhebber toch al niet. Toch!) en te zorgen voor de aanwezigheid van nestmateriaal (modderplekken bij de vijver of in de tuin). De vogels zullen u er zeer dankbaar voor zijn. En ik ook, want ik kan haast niet wachten tot ze weer terug zijn. Want zonder hun gekwetter en het gegier van de gierzwaluwen ziet het zomerse leven er toch een stuk ongezelliger uit!