Huismus

Passer domesticus

huismusRond ons huis heb ik in geen jaren een mus gezien tot vorige week bij het vullen van de voederbakjes. Bij toeval keek ik uit het raam en zag zowaar drie Huismussen, waarop ik direkt mijn fototoestel wilde pakken om dit vast te leggen.

Nou ja… Huismussen, is dat zo bijzonder zul je denken. Nou bij ons in de wijk wel. Daar wordt blijkbaar nooit meer het tafelkleed uitgeklopt. En niet alleen bij ons: landelijk is de populatie sinds 1990 met meer dan de helft afgenomen. Vandaar dat de Huismus al jaren op de rode lijst staat (wettelijk beschermd).

Er zijn wereldwijd 49 soorten mussen, maar ik beperk me hier tot de Huismus, de meest voorkomende mus. De Huismus is een standvogel en trekt in de winter niet weg. Het getsjielp van de Huismus is tevens de zang van deze vogel (zangvogel). Het verenkleed is bruin met zwart, grijs op het kopje, de buik en de staart. De snavel is bolvormig en heeft een zwarte streep doorlopend tot achter zijn ogen die daarna in een bruine kleur overgaat. Het vrouwje is valer van kleur.

De Huismus broedt onder dakpannen, in kieren en gaten van gebouwen en in mindere mate in legkasten. Het is een koloniebroeder en hoe groter de kolonie des te beter het broedresultaat. Hij heeft twee tot drie legsels per jaar met 5 tot 6 eieren per legsel. Het broedsucces is afhankelijk van voedselrijk eiwit (insecten en larven) De jongen blijven hun hele leven binnen een straal van enkele honderden meters van hun geboorteplek.

Groenblijvende struiken en klimplanten worden gebruikt als gezamelijke rustplaats. Kolonies bij kinderboerderijen, maneges, terrasjes, stations en dergelijke zijn vaak de laatste bolwerken van huismussen in stedelijk gebied. Behuizing onder dakpannen is nog maar weinig te vinden. Wanneer een van deze standplaatsen verdwijnt, heeft dit grote gevolgen voor de Huismus. Vandaar dat nesten van de Huismus niet mogen worden verwijderd. Ontheffing is nodig bij renovatie of isolatiewerkzaamheden.

Wat kunnen wij doen om de Huismus terug te krijgen?

  • Het (terug)plaatsen van groenstroken of bermen met inheemse grassen, (on)kruiden.
  • Water en zanderige grond voor de nodige zandbaden, voldoende schuilplaatsen in de vorm van groenblijvende hagen en struiken.
  • Eventueel nestkastjes met de vliegopening op het noorden of oosten.
  • En oh ja: het tafelkleed gewoon weer buiten uitschudden.

Bronnen:      Sovon.nl
Vogelbescherming.nl

Ap Heijman