Grote Zilverreiger

Ardea alba

zilverreiger zilverreiger

Het is herfst. De temperatuur is zacht. Zo dacht deze Grote zilverreiger er waarschijnlijk ook over. En met hem nog zo’n 25 soortgenoten, waarmee hij speurend, rustig stilstaand en dan weer wadend in het ondiepe water een visje probeerde te spiesen.

In Nederland kun je 3 soorten zilverreigers tegen komen. De Grote zilverreiger (zie foto) met een lange gele snavel, overduidelijke S-bocht in de nek en donkere poten die bij het lijf gelig of oranje zijn.
De Kleine zilverreiger, met gele tenen en doorgaans zwarte snavel.
En soms de Koereiger met een vrij korte, gele snavel. Tijdens de zomer heeft deze reiger
lichtroze/oranje veren op zijn kop, borst en mantel.

De Grote zilverreiger komt oorspronkelijk uit het oostelijke mediterrane gebied. Qua afmeting is de vogel even groot is als de Blauwe reiger. In het verleden werd hij ook wel Egretta alba (Linnaeus, 1758) of Casmerodius albus genoemd.

Grote zilverreigers zijn van oorsprong echte moerasbewoners. De reigers geven de voorkeur aan extreem natte rietvelden. Ook zie je ze op oevers van meren en plassen, in ooibossen langs rivieren en aan de kust bij mondingen van rivieren. Door de komst van meer geschikte moerasgebieden, zoals de Oostvaardersplassen (Nederland) en het groeien van broedkolonies op andere plekken in Europa (Polen en Frankrijk) werd het voor deze reiger aantrekkelijker om ook in ons land neer te strijken. In 1978 broedde dan ook het eerste paartje in de Oostvaardersplassen. Tot in de jaren negentig werd hij slechts zelden gezien. Rond het jaar 2000 telden we 30 exemplaren, maar anno 2018 zijn dat er rond 10.000.

Grote zilverreigers broeden van april tot juni. Dit gebeurt in kolonies, samen met andere in kolonies broedende watervogels. Zo beschermen ze zich tegen hun natuurlijke vijanden zoals de Vos en de Bunzing. Om te nestelen heeft de reiger een flinke hoeveelheid overjarig Riet nodig. De nesten worden gebouwd op omgeknakte rietstengels. Ook maken ze gebruik van de wilgen in ooibossen. In 1 legsel worden 3 à 4 eieren uitgebroed in ongeveer 26 dagen. De jongen beginnen na ongeveer 20 à 30 dagen al lopend en klimmend uitstapjes vanuit het nest te maken. Na maximaal 60 dagen zijn de jongen volgroeid.

Ook het voedsel wordt doorgaans in het moeras gevonden: kleine visjes, insecten, muizen en kikkers en soms kleine reptielen en vogels. Hij foerageert in ondiep water, maar jaagt tevens op het land, vaak in de buurt van ganzen. De poten van de ganzen jagen namelijk de muizen op en de reiger hoeft ze dan alleen nog maar tussen de ganzen uit te pikken. Deze techniek heb ik de vogel ook zien toepassen in het water. De Aalscholvers in het Quackjeswater joegen de vissen een bepaalde kant op en de Grote zilverreiger maakte daar dankbaar gebruik van, totdat de Aalscholvers het zat waren en de vogel begonnen te belagen door rakelings over zijn kop te vliegen.

Bijzonderheden:
Reigers jagen overdag alleen ook al zie je er meerdere bij elkaar in de buurt staan.
’s Avonds verzamelen ze zich pas in grote groepen om te gaan slapen.

Tijdens de 19e eeuw werden veel reigers gedood omdat het mode was om vogels op je hoed te dragen. Zodra dit verboden werd kon de populatie reigers in aantal groeien.

Reigers onderscheiden zich van andere watervogels door de aanwezigheid van poederdonsveren. Deze veren groeien altijd door en vallen nooit uit. De toppen van de veren verpulveren tot poeder en dat poeder wordt weer gebruikt om de veren mee schoon te maken.

De Grote zilverreiger trekt weg naar warmere oorden zodra hij de temperatuur te laag vindt.

Bronnen:
Reader’s Digest Vogels van West en Midden Europa
https://vroegevogels.bnnvara.nl/nieuws/alle-reigers-op-een-rijtje
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_zilverreiger#Verspreiding_en_status
https://www.maxvandaag.nl/sessies/themas/natuur-milieu/de-grote-zilverreiger-is-terug-van-weggeweest/
https://almerenatuur.wordpress.com/2014/08/11/grote-zilverreiger-wordt-stads/

Wilma de Ruyter