Gierzwaluw

Apus apus                                                16,5 cm lang

Dit jaar is het jaar van de huiszwaluw en daarom nu een stukje over gierzwaluwen. Niet logisch, vooral ook omdat de gierzwaluw behoort tot de familie van de gierzwaluwen en in feite nauwer verwant is aan de kolibrie dan aan de andere soorten zwaluwen. Maar ik krijg altijd zo’n zalig vakantiegevoel als ik een groep van deze sikkelvormige vogeltjes (± 46 gram) door de lucht hoor gieren. Dat doet je gewoon wat!

Rond eind april komen ze terug in Nederland en België. Altijd weer op dezelfde plaats, want ze zijn erg honkvast en trouw aan de groep. Ze hebben er dan een barre tocht van 7000 km opzitten. Niet te geloven dat zo’n klein vogeltje zoiets kan volbrengen. Maar dat vraag ik me bij andere vogels ook altijd af. Deze roetzwarte vogel met lange sikkelvormige vleugels en korte gevorkte staart heeft nog maar nietig kleine pootjes. Het Griekse woord “ Apous” betekent “zonder voeten”, maar dat is dus niet helemaal juist want ze hebben nog wel klauwtjes met 4 naar voren gerichte tenen en haaknagels. Hiermee kunnen ze niet echt lopen, maar wel aan verticale muren hangen.

Lang heb ik gedacht dat ze niet van de grond konden opstijgen maar dat blijken ze dus wel te kunnen. Al gaat het erg moeizaam! Als ze terug zijn bij het oude nest onder dakrand, tussen dakspanten of in gaten in het metselwerk van een gebouw dan knappen ze snel het nest op met in de lucht gevangen materiaal. Dat kunnen pluisjes, veertjes, draadjes, papiertjes en stukjes plastic zijn. E.e.a. wordt met speeksel aan elkaar gekleefd en dan kan mevrouw gierzwaluw na de paring (op nest of in de lucht) gelijk beginnen met eitjes leggen. Zijn de 2 tot 3 langgerekte, dof witte eitjes gelegd dan broeden man en vrouw ze in 18 tot 20 dagen uit. De hulpeloze jongen worden nog een week warm gehouden door beide ouders en daarna gaan pa en ma samen zorgen voor de voeding (balletjes gemaakt van met speeksel aan elkaar geplakte insecten). Na 5 tot 8 weken - afhankelijk van het voedselaanbod - vliegen de kleintjes uit. Is er echter te weinig voedsel dan raken de jongen in een staat van verdoving (hongerslaap) om energie te sparen. Zo kunnen ze 9 dagen zonder eten. Ook de oudervogels passen deze truc toe bij slecht weer.

Er wordt in de broedtijd van half mei tot in juni echter maar 1 keer gebroed. Mislukt het nest dan wachten ze met een nieuwe poging tot volgend jaar.De jongen gaan pas na 3 of 4 jaar zelf broeden. Eerst kijken ze bij de ouders af hoe ze bij een nest kunnen komen. Dat is heel moeilijk als je een vliegend leven leidt en dan ineens door een nauwe opening naar een nestholte moet zien te komen. In deze tijd worden ze “niet broeders” genoemd. Een gierzwaluwgezin vangt vliegend tot wel 20.000 insecten per dag. Daar kan niets tegenop!

Ze doen trouwens alles vliegend. Eten, slapen, baden, paren (kan ook op het nest) etc. Alleen om te nestelen verlaten ze het luchtruim. Om te slapen in de lucht gaan ze naar een hoogte van 3 tot 5 km en maken zo gebruik van de thermiek. Er is altijd maar 1 hersenhelft in slaap, zodat de andere helft er voor kan zorgen dat er geen gekke dingen gebeuren en ze op tijd toch een beetje vliegen om niet neer te storten. In de vlucht kunnen ze al cirkelend, wentelend en glijdend snelheden van 120 km/uur halen. Helaas gaat het ook de gierzwaluw niet voor de wind. Heeft hij het hoofd kunnen bieden aan de gevaren (Sahara, vogelvangers) van de lange tocht terug naar Nederland dan vindt hij eenmaal hier de nodige moeilijkheden. Door afname en renovatie van oude stadswijken, betere isolatie van huizen zijn de nestelplekken erg afgenomen. Zit het weer zomers dan ook nog tegen en komen ze teveel vliegtuigen tegen dan is hun lot bezegeld.

Maar we kunnen deze prachtige vogels helpen door speciaal ontworpen nestkasten of dakpannen te gebruiken. En ook zijn er speciale gevelstenen met invliegopeningen. Doen zou ik zeggen! Laten we zuinig zijn op deze geweldige insectenetende vogeltjes, die wel 6 jaar oud kunnen worden. Maar dan moeten ze wel een beetje geholpen worden! Doet u mee!

Als u dit leest zijn ze al weer vertrokken naar Afrika om daar te overwinteren. Daarom worden ze ook wel de “100 dagen vogels” genoemd. Nog een reden om extra van ze te genieten als ze er volgend jaar weer zijn.

Gerda Hos