Gewone vlier

Sambucus nigra


Klasse
Orde
Familie
Geslacht
Soort         


Spermatopsida
Dipsacales
Adoxaceae (Muskuskruidfamilie)
Sambucus (Vlier)
Sambucus nigra (gewone Vlier)
 

 

gewone vlier                                   gewone vlier                  

De Gewone vlier in onze tuin is een “aanwaaiertje”. Hij kwam bescheiden door de heg met achterburen tevoorschijn en viel niet erg op. Maar in de loop van de jaren is de struik behoorlijk gegroeid en nu zie je hem niet meer over het hoofd. In de winter geen aantrekkelijke verschijning, maar eind mei, begin juni is hij prachtig, met z’n vele mooie roomwitte bloemschermen en z’n fijne, zachte geur.

Ook op het Groene Strand zie je veel Gewone vlier.Tijdens onze eerste excursies in februari zag je struiken met grijsachtige takken, wat een beetje dooiige indruk gaf. Soms had je het idee dat ze het voorjaar niet zouden halen. Kenmenkend was wel de Judasoor op sommige struiken. De vlier is de favoriete gastheer van de Judasoor. Een paar weken later zag je op bijna alle takken blad tevoorschijn komen! En nog weer wat verder in de tijd het begin van de bloeiwijze. Gewone vlier valt verder op door zijn typische niet frisse maar behoorlijk sterke geur wanneer de bladeren worden gekneusd. Deze dofgroene bladeren zijn geveerd met 3 tot 7 langwerpig-eironde, fijn getande deelblaadjes. De twijgen bevatten van binnen een zacht merg. Oudere takken en stammen krijgen een doffe grijze tot lichtbruine kleur met een sterk gegroefde schors en het hout is hard en wit van kleur.

judasoor op gewone vlierJudasoor op Gewone vlier

Gewone vlier stelt geen hoge eisen aan zijn standplaats, maar houdt wel van stikstof en carbonaat. Je vindt de struiken bijvoorbeeld achter de zeereep, waar carbonaat uit de schelpen en stikstof uit de uitwerpselen van vogels te vinden zijn. Dit verklaart het veelvuldig voorkomen op het Groene Strand van deze soort. Het is een tot wel 7 meter hoge struik of kleine boom. De bloei is in juni en juli en bestuiving vindt plaats door insecten, die al pollen verzamelend over de schermvormige bloeiwijzen scharrelen of door de wind, die de stijve meeldraden met gele helmknoppen tegen de stijl van de buurbloemen aan waait. De bloemen bestaan uit vijf vergroeide kroonbladen en de vijf meeldraden staan tussen de kroonslippen in geplant. Ze staan geplaatst in een tuil of schermvormige tros. In de vruchttijd is de struik goed te herkennen aan de donkere, bijna zwarte bessen. De vruchten zijn in september en oktober rijp. Deze bessen zijn een belangrijke bron van voedsel voor veel vogels. De plant vermeerdert zich door zaad dat door vogels, met name spreeuwen, die dol op de bessen zijn, wordt verspreid. Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten. Iedere bes bevat twee tot drie platte zaden.

Zowel de witte bloeiwijzen als de zwarte bessen worden gebruikt om er drankjes van te maken. De witte bloeiwijzen worden gebruikt om siroop van te bereiden. De bessen kunnen worden verwerkt tot jam of siroop.

Bron:    Wikipedia, Nederlandse Oecologische flora
Foto’s: Marian Klok

Marian Klok