Gewone sluipwesp

Bijv. Aphidius colemani

slupwesp

 

Gewone sluipwespen zijn een grote familie van 22000 (beschreven) soorten insecten die behoort tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).

De familie heeft twee algemene kenmerken. Ten eerste hebben de gewone sluipwespen een zogenaamde wespentaille, dit is een heel dunne overgang van het borststuk naar het achterlijf. En ten tweede hebben de vrouwelijke exemplaren een lange legboor. Met dit laatste orgaan zijn ze in staat om in hun “gastheer” (een ander insect) te prikken om vervolgens daarin hun eitjes af te zetten. Zodra de eitjes uitkomen voeden de larven zich met de gastheer en de gastheer sterft. De inhoud van een gastheer is voldoende om de stadia tussen ei en volwassen insect te voeden.

Door dit systeem is er een “wreed”, maar zeer belangrijk mechanisme in de natuur ingebouwd dat ervoor zorgt dat het aantal insecten van de belaagde soorten niet uit de hand loopt.

In de landbouw wordt dit fenomeen inmiddels volop gebruikt bij de beheersing van plaaginsecten. Een voorbeeld is Aphidius colemani, die parasiteert op Groene en Rode perzikluis. Met de legboor wordt het eitje in de luis gelegd. Binnen een paar dagen mummificeert de luis en na zo’n tien dagen komt er een nieuwe sluipwesp uit de mummie. Vrijwel altijd kun je in de natuur op een door luizen aangetast blad/plant van deze mummies vinden.

Echter, de natuur is nooit voor één gat te vangen. Insecten van het geslacht Dendrocerus kunnen door de mummiewand hun ei naast dat van de sluipwesp leggen, waarna de larve van deze hyperparasiet zich voedt met de larve van de sluipwesp.

In de mensenwereld hebben we dit systeem gekopieerd in de zogenaamde wapenwedloop.

sluipwesp

Bronnen: wikipedia; https://www.knnv.nl/afdeling-zeist-heuvelrug-kromme-rijn/supergrote-sluipwespen-onze-omgeving/  ; http://edepot.wur.nl/218445

Nico Enthoven