Gewone oeverlibel

 

Orthetrum cancellatum

oeverlibel oeverlibel

In het voorjaar, meestal in de buurt van water, zie je overal weer de mooie en vrolijk gekleurde libellen en waterjuffers rondvliegen. Eén van de soorten is de Gewone oeverlibel. Dit is een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae). Foto links een vrouwtje: (Wikipedia). Bij het vissen in het duinmeer (r.o.)zagen we o.a. allerlei libellelarven, waarvan hierboven rechts een voorbeeld. Deze larven zijn enorm vraatzuchtig en hebben een uitklapbaar monddeel, masker, waarmee ze kleinere dieren vangen. De larven overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus, met een piek van half juni tot eind juli. (l.o.larve).

Kenmerken: Grootte 44-50 mm. Groter dan andere oeverlibellen. Het achterlijf is pijlvormig: begint breed en eindigt in een punt. Het gezicht is geel tot bruin. Mannetjes (foto m.o.)zijn blauw gekleurd met een zwarte achterlijfspunt en bruine beharing op het borststuk. Vrouwtjes zijn bruin met zwart met lichtere zijkanten van de flanken, jongere vrouwtjes zijn meer geel van kleur en worden later bruin. De Gewone oeverlibel komt in grote delen van Europa voor en is soms talrijk. In Nederland is de soort algemeen en kan in verschillende leefgebieden aangetroffen worden.

larven oeverlibelDe habitat bestaat uit stilstaande of zwak stromende wateren, zowel met veel waterplanten als grotere meren met weinig vegetatie. De ondergrond liefst kaal, de waterbodem zandig of kiezelig. De libel zont graag op stenen bij het water, de paring vindt wel eens op de grond plaats, veel andere soorten doen dit in bomen of al vliegend boven het water. De libel is te zien van mei tot september.
Bron: libellennet

Mariëtte de Kreij