Gewone duivekervel

Fumária officinalis

gewone duivekervelHet is een weinig opvallend, eenjarig plantje, hoogstens 50 cm hoog, wat je langs wegen, akkers en in tuinen tegen kan komen.
Een bijzonderheid is wel dat er in de spoor aan de achterkant van elke bloem nectar zit, maar dat de meeste insecten hiervoor nauwelijks of geen belangstelling hebben.
Dat deert het plantje niet want met zelfbestuiving komen er ook vruchten.

Fumária stamt af van het Latijnse woord fumus, wat rook betekent.
Maar wat heeft rook nou met dit plantje te maken?
Heukels geeft het antwoord.
Omdat men vroeger meende dat het plantje zich uit damp, die uit de aarde opsteeg, kon ontwikkelen. Vandaar de bijnaam Aardrook. Heel vroeger vertelde men elkaar, om het haardvuur dat heksen en tovenaars de plant in hun offervuur wierpen en zij door de rook van Duivekervel onzichtbaar werden.
Een andere verklaring voor de naam is iets vrolijker van aard. Het verhaal is dat meisjes in die tijd elkaar vertelden dat wanneer je Duivekervel op je boezem droeg de eerste de beste vrije man die je tegen kwam je toekomstige echtgenoot zou worden. Ook werd het door diezelfde meiden geplukt en gekookt met melk en weiwater. Het rode vocht werd op feestdagen op hun wangen gesmeerd.      Blozende wangen was het effect. Een veel goedkopere “rouge” dan die we nu kopen bij de drogist.

gewone duivekervelEen meer logische verklaring voor de mooie naam van het plantje is dat het graag gegeten wordt door duiven. En vanwege de gelijkenis met de bladeren van het keukenkruid Kervel, heet dit algemeen voorkomend plantje Gewone duivekervel.

Myriam Börger