Gelderse roos

Viburnum opulus

gelderse roos gelderse roos

De Gelderse roos behoort tot de Muskuskruidfamilie.
De struik komt voor op natte voedselrijke grond in loofbossen en in duinstruweel. Bijvoorbeeld in het loofbos nabij de kleine Quack. De struik kan 4 meter hoog worden.

De slappe bladeren zijn handnervig, grofgetand, drielobbig. De bloemen zijn wit en de randbloemen zijn onvruchtbaar. De bloeitijd is mei-juni. De grote witte bloemen zijn van verre zichtbaar, dat moet ook wel, want zij hebben bijna geen geur en moeten dus gebruik maken van een andere verleiding om bestoven te worden. Kevers, zweefvliegen en vlinders komen de honing halen en verzorgen zo de kruisbestuiving.

Na de bevruchting groeit het vruchtbeginsel uit tot een  bolronde steenvrucht, met daarin een plat zaad. Als dat rijp is, kleuren de bessen glanzend helder rood. Zij hangen in trossen en hebben een galsmaak, die ook de vogels niet aanstaat. Daarom zie je bessen vaak nog in de winter hangen: pas als de vorst er over heen is geweest, worden ze door lijsters en pestvogels gegeten.

Pas op: de bessen ruiken verschrikkelijk naar schimmelkaas of zweetvoeten. Als je bessen hebt fijngewreven, blijft de geur nog lang hangen. Dus voordat je naar een date gaat: raak de bes van de Gelderse roos niet aan!

Bronnen: Heukels Flora van Nederland, Geïllustreerde Flora van Nederland, Internet Flora van Nederland

Els Jonkers Groot