Galwesp

Cynips quercusfolii

galwespLevenswijze
Deze galwesp is de veroorzaker van de bekende galappels aan de onderkant van eikenbladeren in de herfst. De gallen zijn vrijwel kogelrond met een licht stoppelig oppervlak en kunnen een doorsnede bereiken van ongeveer 2 cm (foto 2). Eerst zijn ze groen van kleur, later worden ze deels rood. In het binnenste van de gal ontwikkelt zich een larve in een rond kamertje (foto 1).  In de herfst vallen de galappels met het loof op de grond. De galappel geeft bescherming aan de larve. Galappels beschermen zelfs de larven als deze in het water terecht komen. De larven verpoppen in het kamertje. Tussen november en februari bijten de uit de pop gekropen wespjes zich door de dikke galwand heen naar buiten.


Levenswijze.  Parasiet geparasiteerd.
Het vrouwtje spuit bij het aanprikken van plantenweefsel een chemische, groei bevorderende stof in, die plaatselijk een gestructureerde, soortspecifieke woekering in het weefsel veroorzaakt die gal wordt genoemd. Van alle bomen hebben de eiken het meest e leiden van de galwespen. 60 soorten galwespen hebben het op de zomereik gemunt. In gallen kan meer leven zitten dan alleen de larf van b.v. een galwesp, zoals mee-eters die de gal zelf op eten, parasieten die de larf opeten, parasieten die parasieten eten.
En al deze galbewoners zijn weer geliefd bij zangvogels, zoogdieren, slakken, schimmels, mijten en insecten.

larve in galappel kogelronde gallen

Figuur 1 Larve in de galappel (foto Boris)

Figuur 2 Kogelronde gallen op de zomereik (foto: Boris)


De wintergeneratie
De wintergeneratie bestaat uitsluitend uit vrouwtjes, die zich parthenogenetisch (= maagdelijk=ongeslachtelijk) voortplanten en hun eitjes in de knoppen van eiken leggen. In de knoppen ontstaan kleine, onopvallende knopgallen, waaruit in mei en juni nieuwe wespjes komen, die nu bestaan uit mannetjes en vrouwtjes, de zogenaamde seksuele generatie. De voorjaarswespjes zijn veel kleiner dan de aseksuele wintergeneratie. De voorjaarswespen leggen na de paring de eitjes aan de onderkant van de eikenbladeren in en langs de bladnerven. Hieruit ontstaan weer de bekende galappels

Generatiewisseling betekent dat de galwespen van geslacht veranderen. Gedurende de winter zijn er alleen maar vrouwtjes en in de zomer zijn er vrouwtjes en mannetjes.

larfje galwesp moseik
Figuur 3. Het larfje van de vrouwelijke galwesp (foto: Boris) Figuur 4. Moseik (foto Boris)


Vele galwespen houden er naast generatiewisseling ook gastheerwisseling op na. Gastheerwisseling betekent dat de verschillende generaties hun eitjes op verschillende gastheren (bomen) in dit geval de zomereik en de moseik leggen.
Vraag blijft onder invloed van welke factoren de bevruchte eitjes in het najaar in het voorjaar alleen maar vrouwtjes opleveren. Zelfde vraag geld voor de sexuele fase: waarom kruipen uit bevruchte eitjes in het voorjaar alleen vrouwtjes?

Boris Börger