Echte tonderzwam

Fomes fomentarius

echte tonderzwam bron:Nederlandse Mycologische VerenigingTijdens onze vakantie in Frankrijk zagen we diep in het bos zwammen hangen aan een boom: de Echte tonderzwam zo bleek na het opgezocht te hebben. Een paddenstoel met een interessant verhaal, vind ik.

De tonderzwam bepaalde vroeger voor een groot deel de waarde van je bos. Dit komt omdat deze zwam voor iets heel belangrijks ingezet kon worden. De tonderzwam werd namelijk eeuwen lang gebruikt in de tondeldoos. De tondeldoos was de voorloper van onze lucifer. De tonderzwam functioneerde als licht ontvlambaar materiaal. Met een steentje erbij (bijv. pyriet) kon men vonken maken en zo een vuurtje stoken waardoor je het lekker warm had. De ijsmummie Ötzi leefde 5300 jaar geleden en werd in 1991 in Italië gevonden. Hij droeg in zijn zak een stukje tonderzwam met een steentje pyriet, waardoor hij vonkjes kon maken en zo warm kon blijven.

Deze paddenstoel heeft de vorm van een paardenhoef. Hij groeit in tegenstelling tot andere paddenstoelen het hele jaar door en is een meerjarige paddenstoel die veel voorkomt. Hij houdt niet van vitale, levende bomen en groeit dus alleen maar op oude, beschadigde en dode bomen en boomstronken: het is een zwakteparasiet en saprofyt.

Over de tondeldoos is ook een sprookje gemaakt door Hans Christian Andersen

 De Tondeldoos (bron Eftepedia)

de tondeldoosDe soldaat klimt in de holle boom.

De Tondeldoos is een sprookje van Hans Christian Andersen over een soldaat die een magische tondeldoos (vuurmaakset) in handen krijgt, waarmee hij drie grote honden kan oproepen die zijn bevelen opvolgen. Wanneer de soldaat een van de honden opdraagt de prinses te halen tijdens haar slaap, wordt hij tot de dood veroordeeld, maar roept de honden op om zijn leven te redden.

Het is een van Andersens eerste sprookjes en werd voor het eerst gepubliceerd in 1835. Het verhaal vindt zijn oorsprong in een Scandinavisch volksverhaal dat Andersen in zijn kindertijd geleerd heeft, maar kent veel overeenkomsten met Sprookjes van 1001 Nacht waaronder "Aladdin en de wonderlamp" en "Ali Baba en de veertig rovers". Later schrijft Andersen nog een sprookje over een object waarmee je vuur maakt: ”Het Meisje met de Zwavelstokjes”.

 

Bronnen: Nederlandse Mycologische Vereniging

Marjolein van Oosten