Duindoorn

Hippophae rhamnoides

Het achtervoegsel 'rhamnoides' komt van rhamnus = doorn.

duindoorn bessen                                                                        

De Duindoorn is te herkennen aan zijn stekels. Hij is in het wild volop aanwezig in de duinen. Duindoorns zijn tweehuizig. Dit betekent, dat er mannelijke en vrouwe-lijke struiken zijn. In het najaar draagt de vrouwelijke struik een grote hoeveelheid oranje bessen. Deze bessen zijn goed tegen de dorst en bevatten veel vitamine C. Van deze bessen worden jam en sappen gemaakt. Veel vogels eten deze bessen. In de winter kunnen de bessen gaan gisten. Hierdoor kunnen vogels, zoals de lijster, dronken worden. De Duindoorn is een xerofyt. Hij is goed bestand tegen zout en stuifzand. Hij wortelt zowel horizontaal als vertikaal.
De duindoorn is een van de eerste planten die zichzelf op de kale zandvlakten vestigt en moet daarvoor dan ook bijzondere eigenschappen hebben.

De Duindoorn is in staat om bijzonder goed uitlopers te maken, die met hun wortels de grond kunnen vasthouden. Hij groeit daardoor al snel uit tot bosjes. Op de wortels van de Duindoorn zitten knolletjes waarop bacteriën leven. Deze bacteriën kunnen stikstof uit de lucht halen en dit omzetten in een verbinding  die bruikbaar is voor de Duindoorn. Zo kan de Duindoorn goed groeien in het voedselarme duinzand.

Aan het einde van het voorjaar krijgt de Duindoorn smalle grijsgroene bladeren. Die kleur wordt veroorzaakt door de haren op het blad, die de Duindoorn tegen uitdroging beschermen. De Duindoorn houdt van veel kalk in de bodem. De Duindoorn wordt ongeveer 10 tot 15 jaar oud. De zaden komen alleen daar tot ontwikkeling waar de genoemde bacteriën in de grond aanwezig zijn.

bastaardsatijnvlinder                                                                        

De Duindoorn is een zogenaamde waardplant voor een groot aantal Lepidoptera-soorten, zoals de Bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea)

Marijke de Zoete – van Oostveen