Drieteenstrandloper

Calidris alba

In november is het strand leeg. Of nou ja, bijna leeg. Er zijn vogels. Vijftien, twintig drieteenstrandlopers staan op een kluit. Het is vloed, de vogels wachten tot de zee zich terugtrekt en ze op het vochtige, droogvallende zand wormen kunnen vangen. Het waait straf en kil uit het oosten. Ze kleumen achter een hoopje zeewier. Elk op één poot, op drie tenen dus. Met hun kop in de veren zijn ze net iets hoger dan hun plantaardige windscherm.( Koos Dijksterhuis, Gesproken column op Vara’s Vroege Vogels )

Als je aan het strand, vlak bij de vloedlijn, kleine steltlopertjes heen en weer ziet rennen, dan zijn het steevast Drieteenstrandlopers.

Ze dribbelen langs het strand op zes tenen: drie aan elke voet. Ze zijn vooral bekend omdat zij in groepjes langs de vloedlijn voedsel zoeken en snel wegrennen voor de aanrollende golven.
De wetenschappelijke naam Calidris alba heeft hij te danken aan het feit dat deze vogel in de winter bijna geheel wit is.

drieteenstrandloperfoto 1                            drieteenstrandloperfoto 2               

Herkenning
Drieteenstrandlopers zijn ongeveer 20 cm groot en de volwassen vogeltjes wegen ongeveer 50 gram. Ze hebben gitzwarte poten en snavel en geen achterteen. Bij vogels staat de voet rechtop, ze lopen op hun tenen. Wat een knie lijkt is hun enkel. De Drieteenstrandloper loopt dus zijn hele leven op zijn tenen. Misschien dat ze daardoor zo goed kunnen rennen, maar bewezen is dit niet.

In de herfst en de winter zijn ze overwegend wit en grijs met opvallende donkere schouders. Ze zien er in de lucht als zwart /wit uit.( foto 2).
In het voorjaar en de zomer zijn de vogels diep roodbruin. De kop en bovendelen zijn kastanjebruin met zwarte strepen , de borst is kastanjebruin met donkere vlekjes en de rest is wit.( foto 1)

Voedsel

Het voedsel van deze in groepen levende vogels bestaat uit kleine krabbetjes, garnalen, schelpdieren, wormen en insecten. Insecten (tweevleugeligen, kevers, vlinders en rupsen) vooral in broedtijd. Zij pikken en boren met de snavel en gebruiken waarschijnlijk geur, tast, smaak én zicht om voedsel te vinden.

Broeden

De Drieteenstrandloper broedt in Hoog-Arctisch gebied op een kale, steenachtige toendra met weinig vegetatie. Zij beginnen na aankomst in de broedgebieden snel met broeden. Zodra de sneeuw smelt begint de balts en paarvorming. Ze broeden niet in kolonies maar territoriaal. De legtijd is van juni tot midden juli. Het nest is een ondiep kuiltje in de grond op een open plek, vaak op kale grond. Meestal spaarzaam bekleed, met bijvoorbeeld korstmos.

Beide seksen broeden. Vaak twee broedsels, worden in dat geval elk bebroed door een geslacht; meestal 4, soms 3 eieren. Broedduur 24-32 dagen. Jongen zijn nestvlieders, ze zijn vliegvlug na 17 dagen. Ouders verlaten jongen na het uitvliegen.

Leefgebied / Vogeltrek

Na de broedperiode in het hoge noorden vliegen deze “kanjers” over zee naar de kustgebieden van West-Europa. De Drieteenstrandloper is een lange afstandstrekker (soms wel 3000 km per trektocht).

Ze overwinteren op stranden van Schotland tot Zuid-Afrika. Vooral in het voorjaar en het najaar zijn de vogels te vinden langs de Nederlandse kust en sommige blijven ook tijdens de winterperiode in Nederland. Andere trekken voor de winterperiode periode door naar de West kust van Afrika ( Mauritanië of Ghana).

De overwinterings- en doortrekgebieden zijn vooral zandstranden en -platen, maar steeds vaker ook (zandig) wad. Drieteenstrandlopers zitten zelden op strekdammen en andere stenige oppervlakten. Het is meer een strandvogel dan een wadvogel.

Bronnen

https://www.drieteenstrandloper.nl/category/media/
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/drieteenstrandloper
https://waarneming.nl/soort/info/83

Agnes Terlouw van Hofwegen