De wilde eend

Anas platyrhynchos                            ± 58 cm                      door Gerda Hos

 

Sinds jaren hebben wij een paartje wilde eenden in de vijver. Elk voorjaar wachten Mari en ik in spanning af of de woerd weer terugkeert in Tinte. Meestal is het zo rond half februari dat de woerd met een grote plons in de vijver landt. Maar dit jaar hebben we hem helaas nog steeds niet gezien en het loopt toch al tegen het eind van de maand. Wij vrezen dan ook met grote vrezen, want het gaat niet zo goed met deze zwemeenden. Dit jaar is door de Vogelbescherming uitgeroepen tot “ jaar van de wilde eend” om ze extra aandacht te geven. En dat is meer dan nodig, want hun aantal is sinds de jaren negentig met maar liefst 30% afgenomen. En dat is ronduit zorgelijk. Want wie heeft er in zijn jonge jaren niet de eendjes gevoerd. Zo’n jeugdherinnering wil toch niemand kwijt. Vaak was dit tevens ook de eerste kennismaking met de natuur. De woerd met zijn prachtig donkergroene kop, witte ring om de hals, bruine borst, grijs-bruinachtig lichaam en uniek krulletje aan de zwarte staart en het bruin gevlekte vrouwtje zijn overal te vinden waar water is. De paarvorming heeft vaak al in de late herfst plaatsgevonden en in de sloten vind je overal al paartjes en een enkel vrijgezel mannetje. Zelf heb ik de indruk dat er momenteel meer mannetjes zijn dan vrouwtjes. Het vrouwtje is erg geëmancipeerd, want zij kiest het mannetje. Hiertoe zwemt ze snel met gestrekte nek, plat gehouden lichaam en knikkende kop tussen een groep leuke woerden door. Alle mannetjes worden nu macho’s en gaan drinken, poetsen, schudden en knorren. Ja, de hormonen gieren door hun lichaam. Het vrouwtje kiest een leuke partner en samen verlaten ze de groep. De uitverkoren woerd zorgt er wel voor dat er geen andere geïnteresseerde mannetjes volgen. Dat lukt niet altijd en soms wordt een vrouwtje belaagd c.q. gedekt door meerdere mannetjes. Soms heeft dit zelfs de dood tot gevolg, want het mannetje grijpt tijdens de paring het vrouwtje bij de kop waardoor ze grotendeels onder water komt te liggen. Dat houdt ze één keer vol, maar niet meerdere keren. Maar goed dat gebeurt gelukkig niet met ons paartje zullen we maar zeggen en vanaf de verkering wordt er veel gevrijd, maar er vindt nog geen bevruchting plaats. Anders zouden we midden in de winter al jonge eendjes hebben en die overleven dat niet. Tussen februari en augustus (afhankelijk van het weer) legt het vrouwtje 10 tot 12 groene eieren in een ondiepe kuil van gras/bladeren/veren/dons op de grond tussen hoog gras, onder een struik of in een knotwilg. Maar altijd in de buurt van water! Het vrouwtje staat er na de paring helemaal alleen voor. Zij bouwt het nest, legt elke dag een ei, broedt 24-32 dagen en draagt de zorg voor de pullen. Een niet geringe taak en ik krijg steeds meer bewondering voor de eend. Als alle jongen uit het ei gekropen zijn worden ze door moeder eend naar water geleid waar ze aan de oppervlakte zelfstandig eten (insecten en andere diertjes) moeten zien te vinden. Moeder probeert ze tegen vijanden (reiger, snoek, rat, vos, roofvogel, kraai, wezel, kat etc.) te beschermen maar dat lukt maar zelden. De meeste pullen overleven de eerste weken helaas niet. Ook het gebrek aan insecten en kleine diertjes kan de oorzaak zijn van de achteruitgang. Volwassen eenden wroeten in de modder van een sloot naar eetbare dingen, zoals waterplanten, zaden, insecten en larven. Volgens Nico de Haan trekken de volwassen eenden in het donker de polder in om te eten. Het zijn dus nachtactieve dieren.Overdag lummelen ze wat in het water of zitten te dutten op de kant van een sloot. Weer iets geleerd! Na het broedseizoen, na 2 à 3 legsels, begint de rui en lijken alle mannetjes verdwenen. Ze zien er nu nl. net zo uit als de vrouwtjes. Je kunt ze alleen nog aan de kleur van de snavel herkennen. De snavel van een woerd is geel/groen, terwijl de snavel van het vrouwtje bruin/oranje met zwart is. Ook herken je ze aan het geluid. Het vrouwtje kwaakt er lustig op los, terwijl het mannetje zachte pruttel kwaak geluidjes maakt. Daar moet je maar eens op letten als je langs een sloot loopt. Soms zie je ook anders gekleurde eenden rondzwemmen. De wilde eend is de voorouder van de “tamme” eend, die gehouden werd/wordt voor de eieren en het vlees. De wilde eend paart echter net zo makkelijk met een ontsnapte tamme eend als met een soortgenoot. Hierdoor komen er veel gemengde eenden voor. Tussen 15 augustus en 31 januari mag er op eenden gejaagd worden en jagers zien in deze “vreemdelingen” vaak een lekker maaltje. Overleven eenden al deze gevaren dan kunnen ze wel heel oud worden. De oudst bekende wilde eend is zelfs 29 jaar geworden. Al met al een goede reden om nog zuiniger op deze fraaie watervogel te zijn, zodat onze kleinkinderen en alle generaties daarna ook nog eendjes kunnen gaan voeren.

En Mari en ik blijven voorlopig hopen dat “onze” woerd ook dit jaar nog terug zal keren naar onze vijver. Want je gaat je toch hechten aan zo’n beestje!