De Modderkever

modderkever                                                       larve modderkever

De Modderkever behoort tot de Modderkeverachtigen. Deze kever heeft een opvallende lange kop. De ogen puilen wat uit. De kever is geel tot lichtbruin gekleurd. De dekschilden dragen een zwarte vlek. De kever meet tot 13 mm en komt voor van augustus tot in mei van het volgende jaar.

Deze kever bewoont stilstaande wateren, die meestal een kleibodem hebben. Hij kan ook voorkomen in ondergelopen zandgroeven. Het is een snelle zwemmer. Hij voedt zich met wormen. Hij produceert bij verstoring een piepend geluid door de achterlijfspunt tegen de dwarsgroeven aan de onderzijde van de dekschilden te wrijven. Hij kan lucht vasthouden onder de dekschilden.

Het vrouwtje legt in het voorjaar eitjes op waterplanten. De larve is wittig gekleurd en draagt 3 lange staartdraden. Ze leeft op de bodem en voedt er zich met wormen en insectenlarven.

Zoals de meeste waterroofkevers bewaart de modderkever lucht onder de dekschilden en ververst dit door met de achterlijfspunt op de waterspiegel te drukken. De eieren worden in het voorjaar in rijen aan waterplanten gekit. De zeer lichte, bijna wit gekleurde larve draagt aan het achterlijf 3 ongeveer even lange, behaarde staartdraden. Ze is een bodembewoner en voedt zich met wormpjes en insectenlarven.

Modderkeverachtigen lijken op waterroofkevers, maar de kop is opvallend uitgerekt en niet, zoals bij de waterroofkevers, in het halsschild 'verzonken'. De ogen puilen wat uit. Kleur geel tot lichtbruin. Dekschilden dof met naar achteren toe een samengestelde, zwarte vlek.

Jan Pluim