De haas

Lepus europaeus                                

50-70 cm lang, 30 cm hoog, 4-6 kg

Als ik naar mijn vrijwilligerswerk op een zorgboerderij net buiten Brielle fiets zie ik vaak hazen. Zeker aan het eind van de winter en begin van het voorjaar. Dit bruingele dier met zijn lange oren met zwarte oortoppen en super lange achterpoten van wel 60 cm lang leeft meestal alleen, behalve in de voortplantingstijd (rammeltijd). Dan spelen de hormonen op en zijn ze niet meer te houden. Zijn ze normaal uitermate voorzichtig dan is daar nu niets meer van te merken. De mannetjes (rammelaars) rennen rond, maken bokkensprongen, trappen elkaar echt erg hard (af en toe sneuvelt er zelfs eentje) of staan op de achterpoten met elkaar te boksen. De haren vliegen vaak in het rond en dat allemaal om indruk op een moerhaas te maken. Het gebeurt wel dat er een groep van 12 mannetjes deze capriolen aan het uithalen is.

Een mannetje rent vaak uren, soms wel dagen achter een vrouwtje aan. Komt hij te dichtbij dan verkoopt ze hem een klap met haar voorpoten op zijn kop. Het mannetje is echter niet zo netjes opgevoed en slaat gewoon terug. Tijdens dit bronstgevecht worden geurstoffen uitgewisseld om alvast goed aan elkaar te wennen. Uiteindelijk volgt de hazenbruiloft en daarna kiest manlief het hazenpad. Elke haas paart met verschillende partners. De piek is in het voorjaar, maar de paring kan het hele jaar door plaatsvinden.

Na 42 dagen volgt de geboorte van 1-4 jongen in een ondiepe holte (leger of pot) onder dicht vegetatie, die i.t.t. jonge konijnen (worden in een hol geboren) volledig behaard zijn en ook al kunnen zien. De tijdelijk geurloze moerhaas verlaat de jongen heel snel na de geboorte en komt alleen terug om ze te zogen. Meestal blijft ze toch wel in de buurt om eventuele belagers weg te jagen. Na 3 dagen maakt het jonge haasje een eigen leger. Als de moeder terug komt om ze te zogen roept ze de jongen met een laag hoornachtig geluid bij elkaar. Dit doet ze ongeveer 23 dagen en daarna worden de jongen geacht voor zichzelf te kunnen zorgen.

Hazen hebben zodoende een heel zwaar leven. Vanaf de geboorte staan ze bloot aan allerlei bedreigingen (roofvogel, kraai, ekster, hermelijn, vos, verwilderde huiskat, stropende hond & mens, verkeer, jager en levensbedreigende ziekten). Jonge haasjes zijn bovendien erg gevoelig voor nat weer en winterkou. Het eerste jaar blijven er maar 15% van alle geboren haasjes in leven. Aan het einde van het eerste jaar zijn ze geslachtsrijp en kunnen voor nageslacht gaan zorgen als ze tenminste de jachtperiode van 15 oktober t/m 31 december overleven. Al hebben ze daar wel een paar trucjes voor. Zo blijven ze overdag platgedrukt in hun leger. Ze slapen slechts een paar minuten achter elkaar en dan ook nog heel licht (hazenslaapje!).

Met de grote oren (lepels), die ze 190° naar buiten kunnen draaien, kunnen ze heel goed horen, en doordat de ogen aan de zijkant van de kop staan hebben ze een blikveld van 360°. Tevens hebben ze een sterke reukzin, kunnen over sloten springen en zelfs zwemmen. Tijdens het rennen komen de achterpoten voor de voorpoten en kunnen ze wel 65 km/uur halen. In geval van nood steken ze hun oren omhoog als radar en daarna houden ze zich platgedrukt en stil. Komt het gevaar te dichtbij dan kiezen ze het hazenpad en rennen al zigzaggend en haken slaand (in volle vaart haaks van richting veranderen) voor hun leven. Ondanks deze goed ontwikkelde trucs en zintuigen zijn ze vaak letterlijk het “haasje”. De haas heeft dan ook de “eer” tot de meest bejaagde wildsoort te behoren. Is hij mooi klaar mee!

Ook onze moderne agrarische methoden waardoor er alleen nog maar grote saaie akkers cq. weilanden zijn zorgt ervoor dat ze niet aan goed voedsel kunnen komen. Ze hebben echt een variatie aan kruiden, grassen, bladeren en twijgen nodig voor een gezonde groei. Bij gebrek hieraan doen ze zich tegoed aan landbouwgewassen en dat maakt ze weer tot een schadelijke dieren! Hun habitat hebben wij omgetoverd tot een soort woestijn zonder dekking en bescherming bij slecht weer. Daar bovenop maakt het verkeer ook nog veel slachtoffers. Al met al ziet het leven er voor een haas niet zo rooskleurig uit. Ze redden het nog door hun grote vruchtbaarheid en 2-3 worpen per jaar. Maar als we willen dat ze niet net als de kwartel en patrijs zeldzaam worden en we nog lang van zijn bokkensprongen en bokspartijen willen genieten zullen we toch iets moeten veranderen. Laten we als eerste maar beginnen met het stoppen van de drijfjacht! Zo heeft de haas nog een kans om aan het schot hagel te ontkomen en heeft de jager een grotere uitdaging om een haas op de “korrel” te nemen.

Ik ben al voor!

Gerda Hos