Bruine sprinkhaan

Chorthippus brunneus

bruine sprinkhaanSprinkhanen, en ook krekels, komen veel voor in Nederland, vooral in mooie, kruidenrijke graslanden en heide, maar ook in de stad zijn diverse soorten te vinden. Sprinkhanen in ons land zijn onder te verdelen in twee groepen: de langsprieten (sabelsprinkhanen en krekels) en de kortsprieten. De langsprieten hebben lange sprieten aan de kop en de vrouwtjes hebben een verlengde legboor. De kortsprieten bestaan uit doornsprinkhanen en veldsprinkhanen, hier zijn de sprieten korter dan het lichaam en ook de eilegkleppen bij het vrouwtje zijn kort. Doornsprinkhanen zijn klein en maken geen geluid. Veldsprinkhanen (de meesten) zijn klein en onopvallend gekleurd. De Bruine sprinkhaan, waar dit gidsenweetje over gaat, is een veldsprinkhaan. De Bruine sprinkhaan, de naam zegt het al, is bruin en hij komt zeer algemeen voor in Nederland.

Zelf vind ik sprinkhanen en krekels de muzikanten onder de insecten. Aan de geluiden die de mannetjes maken kun je de soort herkennen, net als bij vogels. Maar hoe maken ze de ‘muziek’ eigenlijk?

bruine sprinkhaanDe Bruine sprinkhaan heeft een rasp op de dij van zijn achterpoten, die hij langs de rand van zijn voorvleugels strijkt. Op de foto hierboven zie je dat raspje bij de linker achterpoot. Veldsprinkhanen horen met een orgaan in het achterlijf. Een kortspriet maakt zijn muziek heel anders dan een langspriet. Een Struiksprinkhaan (een langspriet) bijvoorbeeld maakt geluid door zijn vleugels over elkaar te strijken, zijn gehoororgaan zit in de voorpoot.

Met zijn zang maakt het mannetje van de Bruine sprinkhaan zijn aanwezigheid bekend en laat hij de vrouwtjes weten dat hij paringsbereid is. Vrouwtjes beantwoorden de roep en zo ontstaat er een 'dialoog'. Na de paring zet het vrouwtje de eitjes af. Veldsprinkhanen missen de legboor die sabelsprinkhanen hebben. Ze kunnen echter de segmenten van het achterlijf uit elkaar schuiven om de eitjes dieper in de grond af te zetten. Nadat de eieren zijn gelegd kan het vrouwtje door middel van een baltszang door het mannetje opnieuw worden aangezet tot paring.

Veldsprinkhanen leven van grassen en zijn ook op open terreinen waar te nemen. Zingen is trouwens een riskante bezigheid omdat je je aanwezigheid kenbaar maakt aan soorten die jou als lekker hapje beschouwen. Daarom is de Bruine sprinkhaan goed gecamoufleerd.

Bronnen:
http://natuurnotitiesmoniquesmulders.blogspot.com/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Bruine_sprinkhaan

Angelique Herrebrugh