Bruine kiekendief

Circus aeruginosus

bruine kiekendief bruine kiekendief jongen

Van de in Nederland voorkomende kiekendieven is de bruine de meest voorkomende.

Kom je in de late herfst, winter en vroege voorjaar nog wel Blauwe kiekendieven tegen, in het broedseizoen tref je, in helaas afnemende mate, de Blauwe kiekendief vrijwel alleen aan op enkele van onze Waddeneilanden.

De eerste Bruine kiekendieven arriveren zo in de laatste week van maart in hun broedgebied, de mannetjes voor de vrouwtjes. Ze hebben dan een lange, gevaarlijke reis achter de rug. De meesten overwinteren ten zuiden van de Sahara alhoewel de westkust van Frankrijk en de oostkust van Spanje ook wel overwinterende populaties voorkomen. Ook in Nederland, de Zuid-Hollandse en vooral Zeeuwse Delta overwinteren wel,  naar alle waarschijnlijkheid jonge, eerstejaars vrouwtjes die in de daaraan voorafgaande maanden geboren zijn. Het hoe en waarom alsmede hun herkomst blijft een van de raadsels die een voortdurende bron van onderzoek zijn.

Winterkiekendievenbolwerk bij uitstek is al tientallen jaren ieder jaar Het Verdronken Land van Saeftinghe waar ieder jaar bij slaapplaatstellingen  tussen de 50 en 100 stuks geteld worden.

Spectaculair en goed waarneembaar zijn eind maart, begin april, de baltsvluchten van de mannetjes. Tollend in een adembenemende duikvlucht, luid roepend, spiralen draaiend trekken ze de aandacht van het op de grond zittende vrouwtje waarna meestal copulatie volgt.

Vanaf half april volgt de eileg, gemiddeld 3 tot 5 eieren en doodt het mannetje zijn tijd met een enkele prooivlucht. Het vrouwtje komt slechts van het nest na een voor mensen bijna onhoorbare lokroep van de man waarna vaak op tientallen meters hoogte prooioverdracht volgt.

Het vrouwtje vliegt onder het mannetje met haar poten naar boven en pakt de prooi, vaak bestaande uit bijvoorbeeld een muis, mol of jonge meerkoet over.

De prooi wordt enkele tientallen meters van het nest verorberd om geen predatoren naar de broedplaats te lokken.

Na ruim 30 dagen komen de eieren successievelijk uit en begint het zware werk voor de man, jagend van vroeg tot laat. De eerste tien dagen blijft het vrouwtje op het nest, na tien dagen gaat ze ook zelf op jacht en laat de jongen tijdelijk alleen. Voor de geoefende waarnemer een belangrijke indicatie, net zoals na twintig dagen het mannetje pas op het nest mag komen. Tijd om de jongen te ringen !   
De voor jonge vogels kenmerkende abrikooskleurige kop wordt al zichtbaar.

invallende bruine kiekendiefinvallende bruine kiekendief

Dertig dagen na het uitkomen van de eieren kan je in het riet al de onbeholpen vlieg pogingen van de jonge vogels waarnemen, meestal tussen de twee en de vier stuks.

Het slechte nieuws is dat door natuurlijke oorzaken de helft het einde van het eerste jaar niet haalt, en van de overblijvende helft er uiteindelijk na twee jaar slechts een enkel exemplaar overblijft.

Daaraan voorafgaand is het een kostelijk gezicht als je in augustus overal rondtrekkende kiekendief gezinnetjes door de polders en inlagen ziet zwerven waarbij de jongen jachtles krijgen van de moedervogel en enthousiast achter de meest verschillende prooien aanvliegen.

Bert Kleijn