Boompieper

Anthus trivialis

boompieper boompieper

Niet zoals zijn naam doet vermoeden is de Boompieper meer een vogel van heide en bosranden, waar hij vanaf een hoge plaats (meestal een boom) zijn typische ‘parachute’ zangvluchten uitvoert . Hij gooit zich in de lucht en laat zich naar beneden dwarrelen, om vervolgens weer op een ander takje te landen.

In maart komt hij terug uit Afrika, waar hij overwintert, en blijft tot ongeveer oktober. De boompieper lijkt veel op zijn broertje, de Graspieper. Maar de Boompieper heeft voor kenners onder ons een iets duidelijk patroon op zijn kopje.

Hij is makkelijker te herkennen aan zijn territorium en zang. De Graspieper, zijn naam zegt het al, broedt in gras, open duinen en weiden en open cultuurlandschap.

Ook beweegt hij zijn staart ‘pompend’ op en neer, net als de kwikstaart.

Doordat de schapenwei zijn begroeiing weer een beetje terug heeft is dit een ideale leefplek voor de Boompieper. Een oplettende natuurliefhebber zal hem zeker zien.

Rond 2007 broedden er ongeveer 40.000 paren (SOVON). Hierdoor staat hij niet op de rode lijst, maar wordt wel als bedreigd beschreven op de Vlaamse rode lijst.

Meestal worden in mei en juli gevlekte eitjes gelegd, die moeder dan uitbroedt. Na 13 dagen komen ze uit en worden de jongen door beide ouders gevoed, waarna ze na nog 13 dagen het nest verlaten.

Anouk Horstink