Boerenzwaluw

 

Hirundo rustica, 19 cm lang                                                 door Gerda Hos

 

Midden februari was het prachtig weer en werd ik dan toch ook een keertje geveld door de griep. Dit jaar hebben we, door de aanschaf en opvoeding van een hondje, onze winterse fietstocht in een tropisch land overgeslagen en ziedaar de griep zag en greep zijn kans. Toen de ergste ziektedagen over waren had ik af en toe de moed uit bed te komen en op een stoel in de keuken te gaan hangen. Gelukkig heb ik daar zicht op de tuin en mijn vogelvriendjes om me op te vrolijken en te vertellen dat het uiteindelijk wel weer goed zou komen met me! Stapje voor stapje ging het ook beter en heb ik zelfs buiten onder een deken van de zon kunnen genieten. Mijn lichaam kwam weer tot leven en ook de natuur was door de hoge temperaturen abrupt uit de winterslaap ontwaakt. Er bloeide volop sneeuwklokjes, krokussen etc. in de tuin, ons egeltje ontwaakte (bijvoeren!) en de padden begonnen aan de paddentrek. Eind februari werd zelfs het eerste kievitsei al gevonden. Nog nooit was er zo vroeg in het jaar een kievitsei gevonden. Echt genieten dus, al zei een stemmetje in mijn achterhoofd dat we dit wel op de een of andere manier zouden moeten bezuren. Want zo is het altijd in Nederland. Zo is het lente en zo is het weer herfst. Zeker in februari, maart en april. Toch verlangde ik ineens enorm naar de terugkeer van de zwaluwen. Het vrolijke gekwetter van de boerenzwaluw met zijn lange gevorkte staart (ezelsbruggetje: een boer gebruikt een hooivork die erg lijkt op de staart van deze zwaluw), witte buik, roodbruine keel en voorhoofd en donkerblauwe rug geeft me het gevoel dat we de winter overleefd hebben en dat het vanaf nu beter wordt. Dit kleine vogeltje komt normaal gesproken pas in april, na een tocht van wel 10.00 km., vanuit Zuid Afrika terug naar Nederland. Ze zijn erg honkvast en keren terug naar de oude nestplek in open stallen of gebouwen. Altijd in de buurt van water en ze leven in een kolonie. Het is een broedvogel van het boerenland en in de volksmond zijn het brengers van de lente, blijdschap en geluk. Helaas is er ook een gezegde dat één zwaluw nog geen lente brengt. Maar goed terug op het oude komvormige lemen nest moet dit door de vogeltjes eerst gerepareerd worden. Man en vrouw zoeken allebei een modderige plek om bouwmateriaal te verzamelen en aan de renovatie te beginnen. Het vrouwtje heeft voor het mannetje met de langste staartveren (super aantrekkelijk!) gekozen en na de paring legt ze 4 tot 6 eitjes. Als alle eitjes gelegd zijn begint ze met broeden en na 2 weken komen de jongen uit het ei gekropen. Dan breekt er een hectische tijd aan voor pa en ma zwaluw, want al die keeltjes gillen constant om voedsel. De ouders zijn heel behendige vliegers en vangen in de vlucht heel veel insecten. Samen vangen ze wel 6000 insecten per dag om de jongen te voeren. Na ongeveer 3 weken verlaten de kleintjes het nest en begint het spannendste deel van hun leven. Ze blijven nog wel een paar dagen bij en rond het nest, maar dan vliegen ze uit en moeten zelf insecten gaan vangen. Veel jonge zwaluwen sneuvelen helaas in deze periode. Pa en ma denken inmiddels al weer aan een volgend legsel en soms volgt er zelfs nog een derde nestje. Dat is maar goed ook want slecht 1 op de 5 boerenzwaluwen komt na de winter terug op de nestplaats. De rest sneuvelt door zandstormen of uitputting. En eenmaal terug in Nederland is het ook nog geen koek en ei, want er zijn steeds minder geschikte nestplaatsen (te schone stallen), tekort aan bouwmateriaal (natte modder) en gebrek aan insecten door het gebruik van insecticiden en te weinig afwisseling in gewassen. Na de broedperiode zijn ze vinden op telefoondraden (voor zover die er nog zijn) of dakranden. Daar maken deze luchtacrobaten zich op voor de terugreis naar Afrika. Het is dan inmiddels medio oktober geworden. Ze vertrekken meestal net iets later naar het zuiden dan de huiszwaluwen.

Maar laat ze eerst maar weer terugkomen naar Nederland. Ik kan niet wachten hun gezellige gekwetter in de lucht weer te horen. Want inmiddels ben ik hersteld van de griep en zoek heel het luchtruim af om de eerste zwaluw te kunnen spotten. Vogels kijken blijft toch een leuke hobby en zo is het maar net! Dus laat het mooie weer en  de zwaluwen maar komen!