Boerenwormkruid

Tanacetum vulgare

boerenwormkruid boerenwormkruid

Boerenwormkruid behoort tot de familie van de Composieten. De bloemhoofdjes bestaan enkel uit buisbloemen. Deze zijn uitermate geschikt voor insecten met een korte tong, zoals veel vliegen, kevers, wespen en bijen. Ook vlinders, vooral Dikkopjes, Zandoogjes en Blauwtjes, zijn trouwe gasten.

De trouwste bezoekster, die voor haar nageslacht helemaal is aangewezen op nectar en stuifmeel van deze buisbloemen, is de Wormkruidbij.

Wormkruidbijen vervoeren het stuifmeel aan hun achterpoten tussen een groot aantal haren. Omdat het stuifmeel nogal los hangt, valt er steeds wel wat vanaf, waardoor er een intensieve en effectieve bestuiving plaatsvindt.

Boerenwormkruid is op veel plaatsen zo gewoon, dat vergeten wordt hoe belangrijk zijn ecologische functie is voor veel lokaal aanwezige dieren en rondtrekkers. Als op het hoogtepunt van de bloei wordt gemaaid, is het feest voor zeer veel insecten voorbij. Gebeurt dat in een vroeg stadium, lang voor de bloei, is er nog wel kans op een late bloeiperiode, maar die komt dan vaak wat te laat voor de dieren die in hoofdzaak op deze plant zijn aangewezen.

boerenwormkruid boerenwormkruid

En of het allemaal al niet divers genoeg is, komt in de bloem van Boerenwormkruid ook nogal eens een gal voor. Juist, van de Boerenwormkruidgalmug. Op de foto zijn naast de gal, ook duidelijk de talrijke buisbloempjes zichtbaar. Wonderlijk toch die Composieten. Er staan zo grof geteld wel meer dan 200 (buis)bloemen op een bloemhoofdje.

De bloempjes aan de buitenkant bloeien het eerst. Dat kun je zien aan de meeldraden en stempels, welke al te zien zijn terwijl in het midden de bloempjes nog in de knop zitten.

 De bladeren zijn geveerd en bezet met klierharen. Deze klierharen zijn verantwoordelijk voor de kamferachtige geur, welke bij aanraking verspreidt wordt. De bladeren richten zich in het volle zonlicht precies plat op het zuiden. Boerenwormkruid wordt om die reden ook wel een kompasplant genoemd.

Kinderen die last hadden van wormen kregen vroeger brood waarin bladeren van het Boerenwormkruid werden meegebakken. Binnen een week, zo beweerde men, waren de kinderen dan van de kwaal verlost.

Gerrit Molengraaf