Biestarwegras

Elytrigia juncea (subsp. boreoatlantica)

biestarwegras biestarwegras

Algemeen
Biestarwegras is zouttolerant en een zoutbehoeftige pionierplant en groeit alleen onder omstandigheden waarin het bodemvocht een zoutgehalte heeft van 2%. De plant is in staat aanstuivend zand vast te houden en zorgt voor de eerste aanzet tot duinvorming op het strand. Het groeit goed in lage zandduintjes die regelmatig door zeewater worden overspoeld.


Successie
Zodra het duintje zo hoog is dat eronder een zoetwaterreservoir ontstaat, en zodra het niet meer regelmatig door zeewater bereikt wordt, nemen Helm (Ammophila arenaria) en Zandhaver (Leymus arenarius) de plaats van Biestarwegras in. Dit proces, waarbij soorten elkaar opvolgen in de tijd, noemt men successie.

Met deze plant begint dus de permanente vorming van duintjes, omdat de bladsprieten veel zand vangen, de planten niet na een groeiseizoen afsterven en zich uitbreiden door middel van ver kruipende wortelstokken.
biestarwegras

Voorkomen
Het groeit op zonnige, open plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, brakke, stuivende grond (duinzand). Op strandvlakten en aan de duinvoet. Op zandplaten, zoals de Richel bij Vlieland en de Engelsmanplaat tussen Ameland en Schiermonnikoog is Biestarwegras vaak de enig voorkomende plantensoort.

De plant komt vooral voor aan de kusten van West-Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië, Estland, Letland en Litouwen. Een andere ondersoort groeit langs de Middellandse zee.

Vrij algemeen aan de Nederlandse kust, echter zeldzaam in Zeeland en zeer zeldzaam of verdwenen langs het IJsselmeer. In België staat Biestarwegras op de rode lijst van Vlaanderen.

Bronnen: zeeinzicht.nl, wikipedia.nl, wilde-planten.nl
Marcel Witte