Bessenwants

Dolycoris baccarum

bessenwantsPersoonlijk trokken deze diertjes mij erg aan door hun prachtige tekening in felle kleuren. Ik werd nieuwsgierig en wilde meer weten van deze ‘wandelende kunstwerkjes’ Vandaar dat ik er een gidsenweetje van heb gemaakt. Tot mijn grote vreugde is de kunstcollectie van deze diertjes zeer groot en nodigt mij uit om op zoek te gaan naar nog meer exemplaren.

In Nederland en België is de Bessenwants een algemene soort, vooral te vinden op kruidachtige planten als Sleedoorn en andere leden van de rozenfamilie. Hij leeft in velden, langs bosranden en in tuinen en parken.

De wants zuigt plantensappen, liefst uit bloemen en vruchten waardoor die misvormingen kunnen krijgen. Uit de plantensappen haalt de wants een walgelijk ruikend goedje dat wordt afgescheiden bij verstoring. De Bessenwants wordt ongeveer 10 tot 14 millimeter lang en de soort is te zien van augustus tot juni.

Wantsen komen wereldwijd voor op het land en in zoet en brak water, niet in poolgebieden of in zee. Alle wantsen hebben een zuigsnuit waarmee ze hun prooi uitzuigen: planten, zaden, andere insecten, of parasitair op andere dieren. De meeste soorten wantsen leven van plantensappen, maar een aantal soorten jaagt actief op andere insecten. Het komt voor dat plantenetende soorten, althans de zwangere vrouwtjes, toch andere insecten grijpen om proteïnen te verkrijgen voor de ontwikkeling van de eitjes.

Veel wantsen zijn zeer goed gecamoufleerd, en hoewel er tienduizenden soorten zijn waarvan er 617 (inventarisatie 2005) in Nederland voorkomen, hebben vrij veel mensen er nog nooit een gezien. Wantsen hebben zich aangepast aan allerlei biotopen op het land, sommige soorten zijn geëvolueerd voor een leven onder water, maar er zijn ook soorten die de oppervlaktespanning kunnen manipuleren en óp het water leven, soms zowel zoet water als brak water.

De Bessenwants houdt erg van bessen, vooral van bramen. Ter verdediging laat hij een stinkend prutje achter op de vruchten die hij bezoekt  Een vogel of een andere vijand zal maar één keer een wants opeten en zich daarna de rest van zijn leven de stank en smerige smaak herinneren en de rest met rust laten.

Bronnen: Wikipedia, Buitenbeestjes Nick Baker

Marjolein van Oosten