(Berken)heksenbezem

Taphrina betulina

berken heksenbezem(Foto: James Lindsey)

De Taphrina betulina is een schimmel, die een van de veroorzakers is van de gelijknamige aandoening berkenheksenbezem.

In iedere boom of struik zitten “slapende knoppen”, die door een stofje van de boom “slapend” worden gehouden, waardoor ze niet uitlopen. Die slapende knoppen zijn nodig als het uiteinde van een tak afbreekt, bijvoorbeeld bij een storm. Dan wordt de remming uitgeschakeld en groeit de knop uit tot een twijgje. De schimmel Taphrina betulina stopt deze remming, waardoor enkele slapende knoppen geprikkeld worden om vele korte takjes te produceren zonder dat de tak is afgebroken: de (Berken)heksenbezem. De woekering kost de boom wel energie maar hij heeft er weinig last van. De schimmel verspreidt zich via de sapstroom door de hele boom, waardoor je in de boom vaak op meerdere plekken Heksenbezems ziet. De Heksenbezem heeft de boom nodig als voedingsbodem en is in die zin parasitair. Op de onderzijde van de Heksenbezembladeren worden sporenzakjes gevormd. De vrijkomende sporen zorgen voor aantasting van andere bomen.

De schimmel komt in Nederland vaak op berken voor, maar ook andere bomen kunnen aangedaan worden. Sinds de jaren negentig komen Heksenbezems in toenemende mate voor op appelbomen. Hierbij zijn fytoplasmen (speciale bacteriën zonder celwand) de oorzaak. Overdracht vindt plaats door enten van besmette bomen of door de cicade Fiebriella florii.

Het heksenverhaal dat bij dit gidsenweetje hoort:

Het leven van een heks is vaak eenzaam. Daarom zoeken ze elkaar geregeld op. Om te voorkomen dat hun geheim bekend wordt, komen ze alleen ’s nachts bij elkaar, als iedereen slaapt. En voor de zekerheid doen ze dat op plekken waar niemand komt, diep in het bos. Die plekken zijn moeilijk bereikbaar, maar wat een slimme oplossing hebben ze hiervoor bedacht: vliegen! Vliegen op een bezem, de heksenbezem.

Eens, op een warme herfstnacht, werden enkele nieuwelingen ingewijd in de oude heksengebruiken. Iedereen keuvelde met iedereen en de zelfgebrouwen drank vloeide rijkelijk. Te rijkelijk, want bijna alle heksen werden dronken en vergaten de tijd. Een jonge heks die zwanger was en niet had gedronken zag plots de ochtend gloren en riep verschrikt: “Vlug we moeten naar huis, de zon komt op!”
De dronken heksen sprongen op de bezems en zoefden richting huis. Helaas te laat. Toen de eerste zonnestralen over de horizon reikten, verloren ze hun toverkracht en vielen de bezems naar beneden. Midden in het bos, met als gevolg dat de bezems verstrikt raakten in de takken van de bomen. De heksen klommen naar beneden en begonnen verwoed te trekken om de bezems los te krijgen, met als gevolg dat ze alleen de bezemstelen loswrikten. De takkenbossen bleven steken tussen de boomtakken.
Er zat niets anders op dan naar huis te lopen en onderweg een smoes te verzinnen voor hun gezin waarom ze ’s morgens vroeg met schrammen en bemodderde schoenen thuiskwamen…

De bezems van deze heksen hangen tot de dag van vandaag nog steeds in een aantal bomen.

Bronnen: SoortenBank.nl, wikipedia.org, Natuurverhalen.nl

Els Jonkers-Groot