Aardhommel

Bombus terrestris

aardhommelKlasse    :   Insecta

Orde       :   Hymenoptera (Vliesvleugeligen)

Familie   :   Apidae

Geslacht :   Bombus (Hommels)

Soort      :   Bombus terrestris (Aardhommel)

 

De eerste hommels zag ik dit jaar op het Groene Strand, op 24 maart. Kort daarna zat er een koningin bij ons onder het afdakje. Ze kwam net uit haar schuilplaats en was nog een beetje sloom, maar erg mooi, dat bolle, harige, en die mooie kleuren.

Hommels zijn bijen. Ze zien er duidelijk anders uit dan andere bijen, met hun wollige, kleurrijke beharing. Een verschil met de gewone bij zijn de puntoogjes bovenop de kop die bijna op één lijn liggen. Verder is de kop van hommels (onder de beharing) altijd geheel zwart, terwijl deze bij mannetjes van gewone bijen aan de voorkant witachtig is.

Hommels zijn bijzonder onder de bijen omdat zij een sociale levenswijze hebben. Dit houdt in dat vrouwtjes met elkaar samenwerken bij de nestbouw en het verzorgen van het nageslacht (het 'broed'). Het nest wordt gemaakt van was, die de vrouwelijke exemplaren uit speciale klieren produceren. In het begin van een hommelnest is er alleen een hommelkoningin. Zij is aan het einde van de zomer bevrucht en zoekt dan een schuilplaats om te overwinteren. In de vroege lente komt ze tevoorschijn om zich eerst goed te voeden op de voorjaarsbloemen. Vervolgens gaat ze aan de slag met het bouwen van een nest. Afhankelijk van de hommelsoort doet ze dit ondergronds, bijvoorbeeld in een verlaten muizenhol, of bovengronds, bijvoorbeeld tussen graspollen of in een holle boom. Bij hommels worden alle eieren gelegd door één vrouwtje, de koningin. Uit de eerste eieren die ze legt komen de werksters, die de bouw van het nest en het verzamelen van voedsel van de koningin overnemen. Deze werksters zijn dochters van de koningin en leggen zelf geen eieren, maar helpen hun moeder met het nest en het broed. De koningin komt dan het nest niet meer uit en houdt zich alleen nog bezig met eileg. Later in de zomer komen de mannetjes en nieuwe koninginnen uit de eieren. Wanneer deze het nest verlaten om voortplantingspartners te zoeken, begint de cyclus weer opnieuw.

In Nederland zijn 29 soorten hommels bekend. Allemaal hebben ze mooie kleurpatronen. Veel soorten lijken op elkaar en sommige hebben echte dubbel-gangers die zelfs voor kenners nauwelijks uit elkaar te houden zijn. Een berucht voorbeeld zijn de 'aardhommels'. Deze groep omvat niet alleen de 'echte' Aardhommel Bombus terrestris, maar ook de Veldhommel Bombus lucorum, de Wilgenhommel Bombus cryptarum en de Grote veldhommel Bombus magnus.

De Aardhommel heeft een korte tong. Als de Aardhommel niet bij de nectar kan komen breekt zij in door aan de onderkant van de bloemkroon een gaatje te bijten. De Aardhommel is te vinden op vele planten. In het begin van het jaar op de wilg en later in het jaar op distels, klaver en Vingerhoedskruid. Een volgroeide kolonie van Aardhommels bestaat uit zo'n 300 tot 600 werksters. De koningin is 20-23 mm, de werkster 11-17 en het mannetje 14-16 mm lang. De nestzoekende koninginnen zijn te zien van begin februari tot midden mei, de werksters van midden april tot midden oktober en de jonge koninginnen en mannetjes van eind juli tot eind september. De hommel komt vooral voor in gematigde en koelere klimaten. De hommel is aangepast aan lagere omgevings-temperaturen door het relatief grote lichaam dat zowel lang- als dicht behaard is, waardoor de warmte goed wordt vastgehouden.

Bron:  www.wildebijen.nl

             www.bestuivers.nl

Foto: Wim Klok

 

Marjan Klok