Aalscholver

Phalacrocorax carbo

aalscholverDe Aalscholver heeft een slechte naam als concurrent van de commerciële visser. Als iemand met een grote interesse voor alles wat leeft in deze wereld heb ik grote moeite met dit soort uitspraken. Gelukkig zijn er biologen die bijvoorbeeld de invloed van Aalscholvers op de visstand onderzoeken. 

Het artikel “De Aalscholver is een goede viskweker” in het NRC van 2 oktober 2010 vertelt het verhaal van een dergelijk onderzoek. De Steenwijkse promovendus Ronnie Veldkamp concludeert na 20 jaar veldonderzoek: In meren waar Aalscholvers vis vangen, groeit de visstand harder dan in meren zonder Aalscholvers. `
De Aalscholver manipuleert de visstand in zijn eigen voordeel. Hier word ik een stuk blijer van dan wat in de openingszin beweerd wordt.

In onze omgeving hebben we een Aalscholverkolonie aan de oevers van het Breede Water. Waar je ook wandelt, er zijn altijd vliegende Aalscholvers waar te nemen op weg van en naar de foerageer gebieden en de kolonie.

Het aantal broedparen in Nederland is erg beïnvloed door het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Net als de roofvogels staan de Aalscholvers aan het eind van de voedselketen en hadden veel te lijden van giftige bestrijdingsmiddelen in het water. In Wanneperveen telde men op het hoogtepunt ongeveer 2000 broedparen, in 1971 telde de kolonie nog maar 50 broedparen. Sindsdien werden de giftige bestrijdingsmiddel gesaneerd en in 2000 werden er weer 1200 broedparen geteld in de Wieden.

Door onderzoek van braakballen kan men de eetgewoonten van de Aalscholver goed vaststellen. De Aalscholver produceert elke dag een braakbal, hierdoor is nauwkeurig af te leiden hoeveel visjes een Aalscholver eet en om welke soorten het gaat, net als bij het onderzoek van braakballen van uilen waardoor men kan afleiden welke muizen voorkomen in het gebied waar de braakballen gevonden worden.

aalscholverIn de Beulakerwiede is halverwege de jaren tachtig onderzoek gedaan naar de visstand toen er nog weinig of geen Aalscholvers visten. Hierdoor had onze onderzoeker een goede nulmeting: de visstand was matig, een meerderheid van zogenaamde middenklassers en niet in een geweldige conditie. Nu ziet die visstand er heel anders uit, het aantal middenklassers is kleiner geworden, er is veel jonge vis en een groter aantal grote, gezonde volwassen vissen.

Maatregelen om de visstand te verbeteren als aanleg van natuurlijke oevers met geschikte paai- en schuilplekken voor vissen werken een stuk beter als het proberen te verstoren van de Aalscholverkolonies.

Martien Blanken