Aalscholver

Phalacrocorax carbo             ± 90 cm lang

Vroeger zag je ze zelden en nu kom je ze in heel Nederland tegen. Als er maar water in de buurt is! Ja, zelfs Tinte heeft een aalscholver. Hij heeft een eigen lantaarnpaal veroverd en daar zie je hem regelmatig zitten. De vleugels half gespreid om ze te drogen. Deze vogels hebben nl. geen olielaagje op de veren dat hen beschermd tegen water. Dit is echter geen foutje van de natuur, maar functioneel. Want tijdens het duiken naar vis zwemmen ze makkelijker en dieper met een doorweekt verenpak. Het enige nadeel is dus dat ze regelmatig de vleugels moeten drogen. Doen ze dit niet dan zinken ze. Dan is de keuze gauw gemaakt lijkt me!

Deze grote, zwarte, visetende zeevogel met lange hals, puntige snavel met haakvormige top en gele vlek waar de bek aan de kop vastzit en daarachter weer een witte vlek, is een geweldige duiker. Hij kan tijdens de jacht op een vis tot wel 30 m. diep duiken en 2 min. onder water blijven. Hij is zeer wendbaar en zwemt d.m.v. krachtige roeibewegingen met de vleugels. Is hij boven water dan zwemt hij diep in het water liggend met gestrekte nek en naar boven gerichte snavel. Soms zie je alleen de kop en hals boven water uit komen. Een klein soort monster van Loch Ness dus.

Ze eten gemiddeld 1 pond vis per dag en daarom zijn ze geen vrienden van de vissers. Die dringen dan ook regelmatig aan op afschot. Maar de aalscholver is nog steeds volledig beschermd, dus dat mag gelukkig niet. Maar voor hoelang is nog maar de vraag. Ik vrees echter het ergste!

Ze broeden in kolonies, meestal in bomen en uiteraard bij water. Op het nest (een kom van takken, gras, riet, en bepleisterd met uitwerpselen, gebouwd op het oude, vieze nest van vorig jaar) volgt de balts, waarbij het mannetje uitgebreid zwaait met zijn hals en zo indruk probeert te maken op het vrouwtje van zijn keuze. Ziet het vrouwtje wat in hem dan toont ze dit door haar hals over haar rug te leggen. Daarna volgt de paring en legt ze 2 tot 4 eieren. Na 3 tot 5 weken komen de kale jongen uit het ei en begint voor pa en ma een heel drukke tijd van vis vangen en jongen voeren. Al snel worden de kleintjes donzig en na 5 tot 8 weken verlaten ze het nest. Het broedseizoen begint in april/mei en vaak zijn er 2 nesten per seizoen. Het gebied waar gebroed en geslapen wordt hoor en ruik je al van verre en de witgekalkte (poep!) nestbomen sterven onherroepelijk. Aalscholvers zijn echte smeerpoetsen, slordige eters en poepen flinke flodders. Visresten en eventueel dode jongen laten ze rustig in het nest liggen. Dat daar een bijzonder luchtje aan zit is dus geen wonder. Ik vermoed dan ook dat ze zelf niet of bijna niet kunnen ruiken. Veel mensen vinden het dan ook smerige vogels. Buiten de mens als vijand moeten ze oppassen voor snoeken, kabeljauwen, bultruggen (walvis) en tegenwoordig ook de in Nederland broedende zeearend. Laatst heb ik nog een filmpje gezien waarbij 3 zeearenden een aalscholver vingen en opaten. Het leken wel gieren!

Vliegen doen ze met gestrekte hals en poten en lukt aardig, maar op het land zijn ze echter erg lomp door hun poten met zwemvliezen.

Ze hebben diverse bijnamen: scholverd, schollevaar, waterraaf. Maar de mooiste bijnaam hebben ze op Texel. Daar worden ze “kontekloppers” genoemd. Als ze gaan vliegen hebben ze een hortende take-off om uit het water op te stijgen. Hierbij raakt het achterwerk een paar keer het wateroppervlak. Vandaar! Maar de echte naam aalscholver kregen ze natuurlijk omdat ze vroeger veel aal aten.

In Noorwegen geloven ze dat als er een aalscholver in je woonplaats neerstreek, dan was dat een “teken van geluk”. Hierin kan ik me erg vinden en ik ben dan ook dankbaar de er een aalscholver is die Tinte heeft uitgekozen om overdag te verblijven en zo zijn geluk over dit leuke dorpje uitstrooit. Ja, wij Tintenaren zijn echte “geluksvogels”!

Gerda Hos