Venloop

De Venloop is gelegen in het beekdal van Slabroek, dat is ontstaan na de laatste ijstijd (15.000 – 10.000 jaar geleden) door het smelten van ijs en sneeuw op de horst (solifluctiedal). In het natte beekdal liggen de graslanden, die gehooid en nabeweid werden. Op de droge randen werden akkers aangelegd, die door de bemesting uit de potstal een bolle vorm hebben gekregen.

Topografische kaart van Slabroek rond 1900

Tot 1900 werden de graslanden slechts ontwaterd door rabatsloten rondom de meestal langwerpige graslanden, die omgeven zijn met elzensingels. Rond 1900 is er een wetering gegraven, die buiten de Maashorst uitmondde in de “Kraaijenloop” (Zie kaart Slabroek 1900). Door het beekdal lopen drie breuken, waardoor ijzerrijke kwel aan de oppervlakte komt (Zie watersysteemkaart).

Watersysteemkaart

Doorstroommoeras

De graslanden in de bovenloop van de Venloop vormen daardoor een doorstroommoeras, dat vergelijkbaar is met de natte hellingen op de Wijstgronden. In dit bijzondere biotoop komt Blauwgrasland tot ontwikkeling. Het veenmos vormt hoogveen met soorten als moerasviooltje, sterzegge, melkeppe en moeraskartelblad. In de Venloop groeien soorten als grote en kleine egelskop, duizendknoopfonteinkruid, holpijp, veldrus en poelruit.

Bandheidelibelle

Aanleg natuuroever 

De Venloop, die ligt in de Ecologische hoofdstructuur (EHS), wordt ontwikkeld tot een natte Ecologische verbindingszone, waarlangs zich flora en fauna kan verplaatsen naar andere natuurgebieden. Voor de realisatie van dit plan heeft de provincie en de gemeente Uden gronden aangekocht. In de bovenloop ligt geen agrarische grond meer, die ontwaterd moet worden. Daardoor kan hier de bodem van de Venloop verhoogd worden, de stuwen verwijderd worden en een natuuroever aangelegd worden.

Bovenloop van de Venloop

Ontwateren

De gronden aan de noordzijde van de Karlingerweg liggen boven een breuk en deze gronden worden ontwaterd door middel van een diepe sloot met drie stuwen en een nieuw gegraven loop, die loopt over de aangrenzende bolle akker. Hierdoor moet het tweede deel van de Venloop bij de Slabroekse weg voldoende diepte houden (150 cm beneden maaiveld).

De nieuwe sloot van Karlingerweg naar de Venloop

Steenvlieglarven

Om het effect op de biodiversiteit te kunnen vast stellen is er in 2015 en 2016 een macrofauna-onderzoek uitgevoerd. Bijzonder is de vangst van steenvlieglarven, die kenmerkend zijn voor zuurstofrijk en schoon water. Verder zijn er 5 soorten kokerjuffers/schietmotten, één soort haft en 6 soorten libellen waargenomen, waaronder de bandheidelibel. De aanwezigheid van kamsalamander, heikikker en rugstreeppad maakte het nodig, dat er voortplantingswater in de vorm van poelen en kommen in de Venloop aangelegd worden, want door het verhogen van de slootbodem valt de Venloop in de zomer droog. Op basis van de gevonden soorten kon de Biotische index worden vast gesteld, die een maat geeft voor de zuiverheid van het water op een schaal van 0 tot 10. In de Venloop varieerde de biotische index van 5 tot 9 (schoon en soortenrijk water).

Larve van een Steenvlieg

8 nieuwe slakkensoorten

Er is in de natte graslanden onderzoek gedaan naar de malacofauna (slakken en mosselen). Hierbij zijn acht nieuwe slakken voor de Maashorst gevonden, waaronder de dikke korfslak en de leverbotslak. De laatste slak fungeert als gastheer voor de leverbot, een parasitaire platworm, die het leverweefsel van runderen aantast.

Door graafwerkzaamheden en de intensieve landbouw is de oude zaadbank verdwenen. Om de kruiden te bevorderen is op meerdere plaatsen op de kale bodem maaisel van een ander natuurgebied uitgestrooid.

De nieuwe benedenloop vanaf de Slabroekseweg

Door de inrichting is niet alleen de kans op nieuwe soorten verhoogd, maar ook het landschap verfraaid met vloeiende lijnen.

Tekst en foto’s: Nico Ettema
Uit: Wijs(t)heden december 2016

Meer foto's van de ontwikkelingen bij de Venloop staan op onze foto website.