Uden
Landschap
maandag02apr2018

Lange wandeling Duits Lijntje

Zondag 11 maart organiseerde IVN Uden een lange wandeling rond het Duits Lijntje ten oosten van Uden. Deelnemer Marlies schreef een mooi verslag van deze wandeling. De nummers verwijzen naar de fotonummers in het bijbehorende fotoalbum.

Duits Lijntje

Deze keer vertrek vanaf de parkeerplaats bij de Kleuter, (foto 1, 2 en 3). Op pad met een flinke en enthousiaste groep mensen. We volgde vandaag de overgebleven “sporen” van het Duits Lijntje, Het Duitslijntje was in eerste instantie een snelle verbinding tussen Londen, Berlijn st. Petersburg.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het hoofdzakelijk gebruikt om vluchteling uit Engeland en de Verenigde Staten te vervoeren. In 1925 werd het Duitslijntje tot een zijlijn gedegradeerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Duist Lijntje weer volop in gebruik genomen en werd vooral veelvuldig door de Duitsers gebruikt. Voor transport van materiaal, munitie, soldaten en gevangenen.

De Kleuter

(foto 4) Verder langs de kleuter en het einde van het eerste stuk van het lijntje, passeren we de oeverzwaluwwand. In 2004 is er een unieke natuurlijke oeverzwaluwwand aan de noordzijde gerealiseerd door Vogelwacht Uden, deze wand is vanaf het bankje aan de overzijde te bewonderen. In het broedseizoen kun je dan met een verrekijker de drukke activiteiten van de vogels zelf bewonderen.

Ecologische verbindingszone

Sinds 1990 staat het Duitslijntje in de functie van de natuur... Nu is het vooral belangrijk om de ecologische verbindings zones. Het gebied ligt in de groene ruit van Uden. Langs het traject liggen diverse poelen die tussen de 300 a 400 meter uit elkaar liggen. Deze afstand is vooral belangrijk voor de migratie van de padden en andere gebruikers van de poelen. (foto 5, 6 en 6a)

Nu even de pas erin want we hebben nog een lange weg te gaan. Na het betere klim en klauterwerk stonden we allemaal weer veilig aan de overkant om onze weg te vervolgen. (foto 7, 8 en 9)

Mariniersperron

(foto 10, 11, 12, en 14) De geschiedenis van het Mariniersperron van het "Duits Lijntje". Vliegbasis Volkel werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gebouwd. In de laatste dagen van de oorlog werd het vliegveld door de geallieerden gebruikt als de basis voor hun offensief tegen de Duitsers, maar toen het front verder landde in Duitsland, werd het vliegveld verlaten. In 1946 werd het een marinekamp, ​​waar mariniers werden opgeleid voordat ze naar Indonesië werden gestuurd. De mariniers reisden via de Zeeuwse halte, die vrij ver van het kamp lag. Daarom vroeg de kampcommandant in 1947 of de militaire treinen dichterbij de basis konden komen. De NS ging akkoord: de NS bouwde een platform op de vrije baan en plaatste een abri voor de dienstdoende officier, de verdediging verharde de weg naar het kamp en zorgde voor verlichting.
In 1949 was het conflict in Indonesië voorbij en Volkel werd opnieuw gebruikt als een luchthaven. Ergens vóór 1955 werd een zijspoor van de hoofdrail gelegd en een extra platform; in 1972 werd het volledig gesloopt.
Tegenwoordig zijn de twee platforms nog steeds duidelijk herkenbaar in het landschap en zijn een informatiebord, een bank en een stuk rails geplaatst. Daar vonden we nog een trilzwam (foto 15a Diny de Groot) en sneeuwklokjes (foto 15)

Muizenruiter

Na het stukje spoorplatform kwamen we langs een van de poelen met daarbij een Muizenruiter. (foto 16 en 17)
Deze Muizenruiter is gemaakt van drie stokken die in een soort van wigwam gezet zijn met daartussen hooi, stro of maaisel, zodat de muizen er in kunnen kruipen en lekker warm zitten. Een muizenruiter dient als winteronderkomen voor muizen.
Uilen en andere muizenetende vogelsoorten, zoals de torenvalk en buizerd, hebben al snel in de gaten dat hier een hapje te halen valt. Vooral tijdens strenge winters met sneeuw biedt de muizenruiter aan de uilen en roofvogels een grotere kans om te overleven.

Gallen

(foto 18, 19 en 20) Na onze weg weer vervolgd te hebben, hebben we ons even verdiept in de verschillende soorten gal en mijt die langs de route te vinden zijn. Wij zagen vandaag de ananasmijt van de galwesp, appelgal van de galwesp en de niet zoveel voorkomende Brembolletjesmijt - Aceria genistae (gal)

Meer historie

Weer een interessant stukje van het Duits Lijntje kwam ondertussen op ons pad. Hier werden de munitietreinen gecamoufleerd omdat men bang was voor luchtaanvallen op de treinen die gelost moesten worden.
Aan beide zijde van de rails waren muren gebouwd waar over een groot zeil met daarop ramen en deuren geschilderd waren zodat het leek of er een boerderij stond in plaats van een trein. De omtrek is nog duidelijk te zien is op de foto. (foto 21 en 22)
(foto 23 en 24) Na dit stukje geschiedenis gingen we op naar de de Trentse bossen. Waar duidelijk sporen te zien zijn van de dunning die daar wordt uitgevoerd.
Dat betekend dat er bomen geveld worden zodat er meer ruimte komt voor andere bomen en er meer humusvorming kan ontstaan. Ook worden er “open plekken”gemaakt zodat er kruiden en struikjes kunnen groeien. Zo krijg je een gevarieerder en beter bos.

Zwamvlok

Iemand vond een stuk poep met de draden van paddenstoelen erin zo kon je goed zien dat er onder de grond in dit geval poep ook nog van alles zit. Mooi om de wirwar van draden en sporen te zien. (foto 25)

Kogelvanger

(foto 26 en 27) Een stukje verder op in het bos ligt de kogelvanger die vroeger, na de Tweede Wereldoorlog , gebruikt werd door de militairen van Vliegbasis Volkel. Deze kogelvanger is hersteld en loodvrij gemaakt door de gemeente Landerd. En vormt nu een huis aan b.v. zandloopkevers en sluipwespen.
Op diverse plekken in de Trentse bossen zijn de bomkraters (foto 30) nog te zien van deze luchtaanvallen in augustus en september 1944.

Bunker 221

Zo staat er ook nog een bunker “Bunker 221” ook wel Bunker Zeeland genoemd. Dit is een oude commandobunker gebouwd in 1951, en stamt uit de tijd van de Koude Oorlog. Nu wordt de bunker als vleermuizenverblijf gebruikt. Compleet met vlieggat en vluchtpijp. (foto 31, 32 en 33)
Carlo Wijnen kon ons er van alles over vertellen. Vleermuizen zijn zoogdieren die echt kunnen vliegen. Hun vleugels zijn voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit.
Omdat er 's winters nauwelijks insecten rondvliegen houden de vleermuizen een soort van winterslaap waarbij ze hun metabolisme tot een uiterst laag pitje terugdraaien en hun lichaamstemperatuur maar net boven het vriespunt blijft. Vleermuizen paren vóór de winter, maar de eisprong en bevruchting treden pas een paar maanden later op. Meestal is er maar één jong; dat wordt gezoogd en blijft tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats en overwinteringplaats. In de kraamkamer blijven de vrouwtjes(zussen, moeders, tantes) bij elkaar en zogen hun jongen.
1 mannetje kan paren met 3 a 4 vrouwtjes. Er leven 30 soorten in Brabant. De Vleermuis vliegt in de avondschemer en de insecten  in de lucht worden gevangen met behulp van echolocatie (geluidsgolven).
Een vleermuis kan wel meer dan 2000 insecten vangen op een avond. Je kunt zelf vleermuizen helpen door vleermuiskasten op te hangen in tuin of op het huis. Vleermuizen stellen hoge eisen aan hun kasten. Zorg dat ze op de juiste plek hangen ook wat betreft de zon. En zorg dat je een goede kast koopt.

De Steltenberg

Na dit verhaal gingen we op naar de Steltenberg, waar we hartelijk werden ontvangen met koffie, thee, een stukje suikerbrood en een borreltje. (foto 35 en 36) Toen honger en dorst gestild waren zijn we weer via het Duits Lijntje (foto 37, 38, 39) terug gelopen naar de Kleuter en kwam er een einde aan deze mooie en interessante wandeling. (foto 41)

Esther, Diny, Chris en Harrie bedankt!

Tekst en Foto's: Marlies Kersten