Uden
(Moes)tuinen
maandag26aug2019

Groe(n)ten van d’n Hof

Wat waren we blij met de regen, toen die eindelijk ging vallen! Net als vorig jaar was de droogte weer een enorme uitdaging. Groentebedden verzorgen is in de zomer sowieso veel werk, maar als het dan ook nog zo lang, zo droog is, dan dreigt zelfs de grootste optimist wel eens te wanhopen. Ben je toevallig in zo’n periode ook nog met vakantie, en heb je geen genereuze buur m/v die jouw tuin nat houdt, dan kan het zomaar gebeuren dat je bij thuiskomst een treurige dorre boel aantreft waar niets meer te oogsten valt.

In de permacultuur proberen we zoveel mogelijk natuurlijke omstandigheden te creëren, maar hoe dat er uit zag, in de parken en in de Maashorst, daar werd je ook niet blij van. Wat te doen? Daar hebben we het regelmatig over gehad aan de stamtafel. Sproeien, natuurlijk, maar hoe vaak en hoe veel? En wat als het volgend jaar weer zo droog is? Hoe maken we de tuinen robuuster, zodat we meer toekomstbestendig zijn? Een paar dingen hebben we geleerd, allemaal open deuren als je ze op een rijtje zet, maar we werden weer eens met de neus op de feiten gedrukt:

  •  Vaak sproeien leidt tot “luie” planten die oppervlakkig wortelen en dus steeds vaker  onze hulp nodig hebben. Dus af en toe een plens is beter dan elke dag een beetje.
  •  We zullen al het vocht dat er valt dus zo lang mogelijk in de tuin moeten houden. Thuis betekent dat: regenpijpen afkoppelen, wadi’s aanleggen of tonnen zetten.
  • Hoe beter de kwaliteit van de  bodem is, hoe beter die vocht kan vasthouden. In onze Brabantse zandbodem betekent dat heel veel organisch materiaal toevoegen inde vorm van mulch en compost.
  • Mulchen, dus het oppervlak afdekken met een dikke strooisellaag, remt de verdamping. Kale plekken zijn het eerste droog, dus afdekken!
  • Sommige planten zijn op termijn misschien wel niet meer zo geschikt voor onze steeds warmere en drogere zomers, dus moet je die koste wat kost in je tuin willen houden? Denk bijvoorbeeld aan de meeste hortensia’s (behalve de Hydrangea paniculata). Maar warmte minnende planten gaan het misschien wel beter doen. Wie heeft er al een abrikoos in de tuin? Of een amandelboompje? De vijgen en druiven doen het ook geweldig!

Zo heeft elk nadeel ook weer zijn voordeel, maar het vraagt wel van ons dat we ons willen aanpassen. Dat begint bij heel goed observeren wat er gebeurt, en vervolgens keuzes durven maken. Oplossingen van gisteren zijn waarschijnlijk niet de beste antwoorden op de vragen van morgen.

Tekst: Annemieke van den Ing