Ubach over Worms
Landschap
woensdag17okt2018

Verslag herfstwandeling 2018

“Wurmtal”.zondag 14 oktober 2018

 Opnieuw een warme dag in dit historisch warm en droog jaar. De temperatuur oversteeg opnieuw ruim de grens van 20 graden. Noem het maar “Indian Summer”, of zoals onze oosterburen zeggen “Altweibersommer”.

Klimaatopwarming valt nog nauwelijks te ontkennen, als je het langjarig gemiddelde van de temperatuurstijging over de laatste jaren in ogenschouw neemt.  Maar goed, een bekend Nederlands wijsgeer zei ooit: “Elk nadeel, hep ze voordeel”. Dus hebben de 8 deelnemers aan deze wandeling echt genoten van deze fraaie nazomerdag. Jammer, dat het aantal deelnemers aan de wandeling deze keer toch wel tegenviel. De gidsen spreken de hoop uit dat de opkomst bij volgende wandelingen groter is.

De wandeling startte om 11:00 uur bij Burg Wilhelmstein en eindigde daar om 16:00 uur. De lengte bedroeg ca 12 km. Onderweg werd gepauzeerd bij de Teuterhof (koffie / thee, gebak) en bij de Blauer Stein in het Paulinenwäldchen (meegenomen lunchpakket). Een aantal kenmerkende bezienswaardigheden zal ik hieronder nader beschrijven.

De Worm.

De bronnen van de Worm liggen nabij België in het Aachener Wald. De totale lengte bedraagt 53 km. Nabij Haanrade, Eygelshoven en Rimburg is dit riviertje grensrivier. Op Duits gebied, tussen Aken en Herzogenrath heeft dit riviertje zich diep ingesleten in het “Wurmtal”. Als een slang kronkelt deze vrij door het fraaie dal, met prachtige hellingbossen en weilanden. Langs de Worm hebben in het verleden veel watermolens gelegen. Tijdens de wandeling passeren wij  “Alte Mühle”, “Adamsmühle” en “Pumpermühle”. De gebouwen hebben echter hun oorspronkelijke functie verloren en zijn nog nauwelijks als molen te herkennen. De Worm heeft tussen Aken en Herzogenrath kolenlagen aan het daglicht gebracht.  Reeds in vroeger eeuwen heeft hier dan ook mijnbouw plaatsgevonden. Op een aantal plekken zijn heel mooie door de tektonische krachten in de aarde kromgetrokken leisteenwanden zichtbaar.

Burg Wilhelmstein

De burcht werd in de 13e eeuw gebouwd door graaf Wilhelm IV van Jülich op de restanten van een ouder verdedigingswerk. De burcht is dus naar hem genoemd. Tegen het einde van de 17e eeuw hielden Franse troepen hier huis en had de burcht veel te leiden onder de verwoestingen. En in het begin van de 18e eeuw werd de burcht heel sterk vernield als gevolg van de Spaanse Successieoorlog. Op het terrein van de burcht is momenteel een restaurant gevestigd. Bij de waterput bij het restaurant namen wij de proef op de som. Wij lieten een steen vallen en pas na ca 4 á 5 seconden hoorden wij de plof. De put zal dus zeker ca 40 meter diep zijn.

De Gouley

Tijdens de wandeling passeerden wij het “Stollenmundloch” van de “Grube Gouley”. De “Gouley” werd in 1599 voor het eerst genoemd als “Gute Ley”. Vrij vertaald: “Guter Fels/ Goede rots”. En uiteraard dus ook een verwijzing naar “leisteen”. Op de plek van het “Stollenmundloch” werd oorspronkelijk steenkool gewonnen door een gang te drijven in de wand. In later jaren werd deze mijngang gebruikt om het water van de Zeche Gouley af te voeren. In 1960 werkten er op de Zeche Gouley 3200 arbeiders. De productie werd stilgelegd op 31 maart 1969.

De Aachener Landgraben

In het Paulinenwäldchen zijn onderdelen van de voormalige Aachener Landgraben nog goed te zien. De Landgraben is een voormalige verdedingswal, welke tussen de 14e en de 17e eeuw om Aken is aangelegd. De totale lengte bedroeg ca 70 km.

Paulinenwäldchen en de Blauer Stein.

De zus van Napoleon Bonaparte bracht haar vrije tijd vaker door  in en in de nabijheid van een nabijgelegen voormalig door Napoleon opgeheven Trappistenklooster.

Ter ere van haar liet hij in 1812 een obelisk plaatsen, de zogenaamde “Blauer Stein”. Het bosgebied rondom de Blauer Stein is genoemd naar Pauline: Paulinenwäldchen.

Interessante bijdragen  tijdens de wandeling door Jan van Overmeeren en Jean Luthjens.

Jan van Overmeeren wist de overige deelnemers op zeer verhelderende wijze uitleg te geven over de carrouselvoedering bij jonge IJsvogels. En Jean liet bij hulststruiken zien dat de scherpe punten alleen aan de onderste  bladeren voorkomen en hogerop in de struiken ontbreken.  De struik hoeft zich tegen vraat van de meeste dieren alleen maar aan de onderkant te beschermen! Tevens vestigde Jean de aandacht op de aantasting van esdoornbladeren door een geelomrande zwarte schimmel:

De inktvlekkenzwam of esdoornvlekkenzwam (Rhytisma acerinum).

Herman Langen,mede namens Jan en Miet van Overmeeren.

Tik op deze link voor foto's van deze wandeling.

Lelie