Winterflora in het Lage Bergse Bos (17 februari 2018)

Tekst Ben Huber. Foto’s Liesbeth den Haan, Philip Both en Ben Huber

 

Het is droog weer en het zonnetje schijnt af en toe. Met 7 enthousiaste mensen ga ik vanaf de Molenlaan in Hillegersberg van start. Langs deze laan staan 88 jaar oude Gewone platanen. Kijkend naar de stammen worden ze al snel door één van de deelnemers op naam gebracht. Deze bomen hebben weinig last van de fijnstof van het verkeer. Ze groeien regelmatig uit hun camouflage-achtige jas, waarbij ze zich ontdoen van hun schors en de fijnstof daarop. De grote glanzende bladeren - die op die van de esdoorn lijken- nemen ook veel fijnstof op, hetgeen er na een flinke bui makkelijk vanaf regent. Nieuwe bladknoppen verschijnen in de herfst vanonder het begin van de steel van het oude afvallende blad. De vruchten (bolletjes met zaadjes en pluis) blijven in de winter vaak nog – als een soort kerstversiering - aan de takken bungelen. Liesbeth vindt er één op straat om te kunnen laten zien en ontleden. Rotterdams oudste plataan staat op de Lijnbaan en is van 1851.

Langs de Schubertlaan staan Italiaanse populieren. Ze groeien snel en kaarsrecht. Door de snelle groei is hout van populieren gevoelig voor breuk. Toch fungeren deze bomen bij een boerderij of boomgaard vaak als windvanger. Waarschijnlijk draagt de zuilvormige groei bij aan minder breukgevoeligheid. Het hout van een, bij de geboorte van een kind, geplante populier bracht op huwbare leeftijd vaak een aardige duit in de boerenbruidsportemonnee. Het was dan een wijf met takken voor de deur.

Aangekomen in het Lage Bergse Bos wordt de Grauwe abeel herkend aan zijn groenige stam met ademmondjes. Het is waarschijnlijk een natuurlijke kruising tussen een Witte abeel en een Ratelpopulier (Esp). Soms kruist hij terug als Witte abeel. In duingebieden doen ze dienst als zandbinder. Iedereen krijgt een afgevallen blad om te ontdekken dat de stelen zijdelings zijn afgeplat. Door de vorm van de steel kunnen ze bij het minste zuchtje wind gaan bewegen en tegen elkaar ritselen. Sommigen ervaren dat als fluisteren en noemen de bladeren vrouwentongen. Van het zachte hout, van afgewaaide takjes, worden de ringen geteld. De ringen zijn de wondafdichtingen van het jaarlijks afgevallen topblaadje. Door het tellen van de ringen en het meetellen van de eindknop kan de leeftijd van het takje worden bepaald. Is de afstand tussen de ringen groot, dan heeft de boom veel moeite gedaan om het topblad naar het licht toe te brengen.

Het heeft recent flink gestormd. Staatsbosbeheer, die sinds een jaar het bos beheert, heeft het er de afgelopen tijd druk mee gehad. We vinden in stukken gezaagde boomstammen. Elk nadeel heeft zijn voordeel. We kunnen nu - aan de langste afstand tussen het kernhout en de schors - zien aan welke zijde van de stam de zon het langst heeft gestaan. Het kernhout (de ruggengraad van de boom) is verrot. Er volgt uitleg over de functie van schors, bast, cambium, spinthout en kernhout.

Uitleg_boomGoed te zien is aan welke zijde van de boom de zon het langst heeft gestaan. © Philip Both

Dan bezoeken we de Es. Door zijn roetzwarte knopschubben wordt hij al snel door één van de deelnemers herkend. De eindknoppen worden – door de gelijkenis - bokkenpoten genoemd. Na de bloei ontstaan er trossen met vleugelnootjes (‘sleutelbosjes’) in de boom, die vaak de winter door blijven hangen. Essenhout is elastisch en vast en daardoor heel geschikt voor het maken van gymnastiektoestellen, ski’s en tennisrackets. Zoals zovele andere is onze Es aangetast door het Vals essenvlieskelkje. Hij heeft afgebroken takken en nauwelijks overwinterende vleugelzaadjes. Op veilige plekken wordt soms geprobeerd of ze resistent voor deze dodelijke schimmel kunnen worden. Door de zuurtegraad van de bast heeft hij vaak gezelschap van het Groot dooiermos. Met een loepje bestuderen de deelnemers deze prachtige oranje en geel gekleurde korstmos.

Langs het water doemt een donkere gestalte op. Het is de Zwarte els. In de boom hangen bruin/paars gekleurde katjes en de vrouwelijke oude en jonge elzenpropjes. Sijzen, meesjes en vinken zijn gek op de zaadjes in de propjes. De oppervlakkige wortels zorgen voor versteviging van de oever. Elzenhout kan uitermate goed tegen vocht. Half Venetië is op heipalen van de els gebouwd. Ook de ark van Noach was van elzenhout.
 

grauwe elsPaars-bruine mannelijke katjes, oude en nieuwe elzenpropjes van de Zwarte els. © Ben Huber

 

Dan ontmoeten we de weinig kritische Vlier. Deze boom is bijna nooit aangeplant en kan zich nagenoeg overal – zelfs op een vuilnisbelt - vestigen. Vogels die de vruchten graag eten en het pitje uitpoepen dragen bij aan veelvuldige verspreiding. Het hout bevat merg. Flip (de vlierenfluiter) maakte van de takken, in zijn vele vrije tijd, fluitjes.

We komen langs een Haagbeuk die goed te herkennen is aan zijn gespierde en gedraaide stam. Het hout is bijzonder hard en wordt/werd gebruikt voor slagersblokken. Hij krijgt van ons een naam ‘de Hulk’.

Verder in het bos zitten op dode berkenstammen parasitaire Berkenzwammen. Een meegenomen exemplaar gaat de groep rond. Ze groeien altijd horizontaal en zijn houtig. Grote vriend van de berk is de Vliegenzwam. Op één van de berken zit een grote warrelknoest, een soort wrat die door de boom zelf wordt gecreëerd om een bacterie in te kapselen. Warm en veilig tegen een berkenstronk overwintert een groepje Zwerfinktzwammen.

We komen langs een hazelaar die volop in de zon uitbundig staat te bloeien. Als ik met mijn vingers tegen de rijpe katjes tik waait het stuifmeel mee met de wind. De felrode vrouwelijke bloempjes zijn ook al uitgekomen. Even wachten tot de winkel met die zo gezonde hazelnootjes wordt geopend.

Als afsluiting bezoeken we een plek waar de storm door windval een ravage heeft aangericht. De Canadezen (populieren) zijn hier als luciferhoutjes gebroken. Daarbij namen zij hun buren of takken van hun buren mee in hun val. Aan de ligging van de bomen is te zien waar de wind vandaan kwam. Het is een triest slachtveld geworden.

 

lage_berge_bos_stormTrieste ravage door windval in het bos. © Philip Both

Op de terugweg heeft één van de deelnemers nog een leuke verrassing in petto. Langs een fietspad zijn drie reigernesten in aanbouw. Op één van de nesten zit een paartje reigers heerlijk in het zonnetje te flikvlooien.

Lage_bergse_bos_wandelingHet kernhout van de linker stam is verrot. © Liesbeth den Haan

De deelnemers en de gids hebben genoten van een gezellige en leerzame wandeling in het belevingsvolle Lage Bergse Bos.