Van Voornes Duin naar Kwade Hoek (29 juni 2019)

De dagexcursie, georganiseerd door Nivon en IVN Rotterdam samen, was al heel snel na uitschrijving volgeboekt. Het werd een heerlijke dag, met wandelingen onder leiding van een IVN-gids, ’s ochtends in Voornes Duin en ’s-middags in de Kwade Hoek (op Goeree).

Een prachtige en gezellige dag, waarvan iedereen genoten heeft (ook al moesten sommigen zich ’s-middags vanwege de grote hitte het laten afweten bij de wandeling door de Kwade Hoek).

Hieronder een greep uit alles wat we de gidsen ons vertelden. Een foto-impressie komt te staan op de website, onder het kopje Actief010 (https://www.ivn.nl/afdeling/rotterdam-en-omstreken/actief-010).

’s-Ochtends begonnen we bij het bezoekerscentrum van het Zuid-Hollands Landschap, bij de Tenellaplas. De Tenellaplas is gegraven en genoemd naar een zeldzame plant die hier groeit: Teer guichelheil met de wetenschappelijke naam Anagallis tenella.

 

Anagallis tenella

 

Kenmerkend voor deze duinen is dat ze nat zijn en kalkrijk. Kalkrijk doordat er schelpen liggen van de oerzee uit de prehistorie en doordat het aan de monding van een rivier ligt, die kalk meeneemt vanuit de bergen. En de rivier kon lang kalk aanvoeren, doordat er, vergeleken met de rest van de kust van Nederland, niet zo lang een laag ijs op gelegen heeft. Nat doordat het waterpeil ligt op dat van de zee; aanvulling vindt uitsluitend plaats door regenwater. Sinds de droogte van afgelopen jaar staat het water in sommige poelen erg laag.

De bossen zijn aangeplant eerste helft vorige eeuw om het zand vast te houden. De keuterboertjes hadden er genoeg van om steeds het stuifzand van hun akkers te moeten ruimen. Er zijn toen veel populieren aangeplant, omdat die het voordeel hadden dat ze snel groeiden. Het nadeel is dat ze ook veel water nodig hebben en dat is voor de overige duinvegetatie niet gunstig. Planten zoals mos kunnen er dor en droog uitzien, maar zodra het regent, nemen ze meteen het water op en worden fris en groen.

De gids liet ons te plekke een beetje water op het dorre mos (Duinsterretje) gieten: binnen enkele seconden richt het mos zich op en wordt groen en krijgt weer zijn vorm weer terug! Verbluffend. Meer over het Duinsterretje en welke functie het vervult op het hoger gelegen gebied vind je op https://www.ivn.nl/afdeling/voorne-putten-rozenburg/duinsterretje.

Verder zijn er veel bunkers, de meeste zijn afgebroken en sommigen zitten nog onder het zand. Kortom: het gebied oogt in eerste instantie heel natuurlijk en is schitterend, maar de mens heeft veel invloed gehad: de plas is gegraven, de heemtuin is aangelegd en de bomen zijn aangeplant.

 

De naam ‘Kwade Hoek’ verwijst naar de plek in zee die moeilijk begaanbaar was en gevaarlijk voor schepen, door zandbanken die zich steeds verplaatsten. De Kwade Hoek is nu de naam van een oude strandvlakte of vallei die nu achter een rijtje nieuw gevormde duintjes ligt; de zee stroomt er nog steeds een keer per jaar binnen. Dan staat de hele vallei meters diep onder water. Door het zeewater kunnen planten zoals Zeekraal er leven. De gids vertelde een anecdote over een stel jongens die, ondanks waarschuwingen, toch de duinvallei overstaken richting zee en toen de zee opkwam op een zandbank vast kwamen te zitten. Terugzwemmen kon niet, want dan zouden ze verstrikt raken in de boomtoppen. Dus moesten ze wachten tot de zee weer was teruggetrokken.