Op zoek naar Vleermuizen in het Schiebroekse Park (4 oktober 2019)

Verslag Karin Goossen

 

Deze avond gaan we vleermuizen spotten. Twee naatuurgidsen in opleiding (Karin Goossen en Arnaud van den Berg) hebben de excursie voorbereid en Karin neemt het woord: “Wie weet wat vleermuizen zijn?” Van de aanwezige kinderen reageert er een volmondig “vampiers” en een ander weet te vertellen dat vleermuizen hoge piepgeluidjes geven (echo-locatie). Na het uitdelen van de bat-detectoren en gewapend met tablet en nachtcamera, meegenomen door twee andere cursisten (Coen en Jos), gaan we op pad.

 

Schiebroekse_park_vleermuizen

 

Bij de foerageerroute van de Rosse vleermuis is weinig leven te bekennen. Aangekomen bij flatgebouwen waar de grootste kolonie Gewone dwergvleermuis van Rotterdam huist, horen we nog geen piep. Later verklaarde een voorbijganger dat “i.v.m. de sloop van de gebouwen, de Gewone dwergvleermuizen met grote schijnwerpers weggejaagd waren.” Na enige uitleg over wat een kolonie is, gaan we verder, een pad op langs de bomen. Inmiddels is er een heftige regenbui losgebroken. We staan wat afwachtend te schuilen - en volgens mij de Rosse vleermuizen ook.

Het moment dat we bij het grasveld aankomen is de bui voorbij en zijn de Rosse vleermuizen net uitgevlogen, op weg naar hun fourageerplekken. We zien er wel 1, 2, 3 nee 4, 5, 6 vliegen! De bat-detectoren loeien naar hartenlust en iedereen wordt razend enthousiast. Wat een geluk en wat vliegen ze snel! Na een tijdje spotten sommige mensen zelfs langs de bomenrand een enkele Gewone dwergvleermuis.

We genieten vol bewondering van de vliegkunsten van de Rosse vleermuizen om uiteindelijk onze weg naar het bos te vervolgen. Inmiddels is het al flink donker en sommige kinderen vinden het wel ‘een heel klein beetje eng. Maar dat mag de pret niet drukken, want we zijn bij de vleermuiskast aangekomen.
 

Schiebroekse_park_vleermuizen_kast

 

Een van de deelnemers schijnt heel kort met zijn zaklamp de kast in; er zitten {of eigenlijk hangen) er nog een paar in, ze staren ons verschrikt aan. Je kan op de tablet van Coen heel goed zien dat het er 3 á 4 zijn. Doordat de warmteverschillen worden gemeten, kan je de contouren waarnemen. Ondertussen speuren we met vergrootglas en zaklamp onder de vleermuiskast. Nieuwsgierig komen de deelnemers kijken of ze de uitwerpselen van de vleermuis zien. Die zijn namelijk best lastig te vinden.
Uiteindelijk vervolgen we onze weg langs een waterplas. Wat zien we daar voorbij scheren, zo heel laag over het water? Jawel, een Watervleermuis! Wist je trouwens dat deze een witte buik heeft?

Arnaud schijnt met zijn lamp over het water zodat we ze beter kunnen zien. Coen laat deelnemers door de nachtcamera kijken. Is toch wel lastig als je dat voor de eerste keer doet, maar zo hebben we wel de ruige dwergvleermuis gespot.

Inmiddels is het al laat; een paar kinderen zijn erg moe. Tijd om terug te lopen. Na een korte rondvraag gaat iedereen tevreden op huis aan.