Rotterdam en omstreken
Overig
zondag26feb2017

Excursie Schiebroekse Park (19 februari 2017)

Tekst en foto ’s Piet Mulder

We staan stil bij een aantal watercypressen. Dit zijn naaldverliezende naaldbomen. Ze hebben kleine geschubde vruchtjes, een soort mini-dennenappeltjes. Op een berk zit een zwam, een echte berkendoder. Op een paar andere berken zitten heel veel warrelknoesten.

 

Een Italiaanse aronskelk komt op, evenals het Speenkruid. Het Speenkruid ontspruit uit knolletjes die in de groeiperiode van het voorgaande jaar al gevormd zijn in de grond. Dit zijn toch de tekenen van het zeer prille begin van de lente. We zien een grote abeel, herkenbaar aan de wiebertjes-vormige huidmondjes. Puttertjes, meesjes en staartmeesjes zijn gek op de zaadjes uit de elzenpropjes. De Hazelaar laat zijn pracht aan (mannelijke) katjes zien; Catolien laat ons zoeken naar de onopvallende rood-paarse bloempjes, waarin de hazelnoten worden gevormd. Een wilgenroosje is een galletje van een vlieg. Kaardenbollen werden gebruikt om viltig wol mee op te ruwen. Essen herken je aan hun “sleutelbosjes”. Van de hars van de amberboom worden oliën gemaakt voor de cosmetica-industrie.

Kaardebol

 

Catolien laat zien dat klimop van dna kan veranderen. Er staat een grote Kaukasische vleugelnoot (boom). Dit is een woekeraar, die een groot aantal grondloten vormt. Langs een volkstuin staat een rij beuken. De vraag is of we hier te maken hebben met een Haagbeuk of een Gewone beuk. Liesbeth geeft het verlossende antwoord: de stam is glad en de bladrand is glad, dus is het een gewone beuk. Op de terugweg zien we in een tuintje ook nog een haagbeuk waarvan de bladnerven aan de onderkant duidelijk uitsteken buiten het bladoppervlak liggen.

In het Schiebroekse Park zijn veel houtrillen, gevormd van snoeihout. Ook zien we in het westelijk gedeelte een aantal afgetopte bomen. Veel bomen in de aanvlieg route naar Zestienhoven waren te hoog. Met de kap is voldaan aan de eisen van het verdrag van Chicago. Er was veel protest vanuit de bevolking. Nu zie je hoe alles zich prachtig heeft hersteld. De houtrillen vormen een zeer goede schuil- of nestelplaats voor kleine dieren, vogels en insecten.

plataan vrucht

We hebben natuurlijk ook nog naar vogeltjes gekeken. Een Roodborst begeleidt ons op de wandeling . Bovenin een boom zit een gat van de Grote bonte specht. U weet: gat is rond, specht is bont. Andere spechtensoorten hebben nesten met ovale gaten. De grote bont specht roffelt. Dit kan betekenen : Ik zoek een vrouwtje of ik baken mijn territorium af. We horen luid en duidelijk het geschreeuw van de halsbandparkiet, evenals het luid fietspompende koolmeesje. Halsbandparkieten en Kauwen strijden onderling en met elkaar om een goede nestplaats; het zijn bieden holenbroeders. Ze profiteren van het werk van de spechten. Een Winterkoning scharrelt nog wat in de takjes en bladeren op de grond en hoog in een boom zit een Groenling zijn liedje te zingen. De meerkoet mag natuurlijk niet ontbreken. Heel hoog in de lucht vliegt een buizerd. Er is te weinig thermiek om te zweven. Arme buizerd. We brengen ook nog even een bezoekje aan “Natuurtalent”, een vroeger schooltuincomplex waarop nu diverse groene en duurzame initiatieven zijn ondernomen, waaronder een stadslandbouwproject. Je kunt hier allerlei natuurproducten kopen. Eenmaal per maand hebben ze een markt. Er werken hier mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.