Rotterdam en omstreken
Overig
zaterdag21jan2017

Excursie Kralingse Bos 21 januari 2017

Gidsen : Ben Huber en Rody Klop. Aantal deelnemers: 19.
Tekst en foto ’s Piet Mulder.

Ben vertelt het één en ander over het bos. Het is aangelegd met havenslib. Rotterdam wilde de havens uitbreiden en gebruikte het havenslib om de veenplassen te dempen en het gebied er omheen op te hogen. Het bos ligt nu 5 meter hoger dan het omringende veengebied. Door de oorlog duurde het allemaal wat langer dan gedacht, er zijn wat fouten gemaakt, maar uiteindelijk kwam het bos er. Men plantte eiken, die opgekweekt waren op zandgrond, in het waterige havenslib, dus dat werd een faliekante mislukking. Maar ja, ook hier moest men van fouten leren. De Kralingse plas ligt 5 meter hoger dan de sloot langs de golfbaan. In de sloot komt kwelwater van de plas. Eerst werd het overvloedige water teruggepompt naar de plas maar dat doet men nu niet meer i.v.m. de blauwalgplaag. Het overtollige water wordt afgevoerd naar de IJssel. Het oostelijke deel van het bos werd in de oorlog in beslag genomen door de Duitsers. Die hadden daar hun munitiebunkers. In het westelijke deel werd volop hout gekapt om de kachels te stoken. Het oostelijke deel heeft dus oude en hoge bomen en het westelijke deel heeft jonge bomen.

We zien : een grote bonte specht, en u weet : gat is rond, specht is bont. Ovale gaten zijn van de zwarte specht. Verder: roodborsten met een Scandinavisch accent, houtduiven, merels, eksters, kraaien, staartmezen en een goudhaantje. Een halsbandparkiet heeft bezit genomen van een (oud) spechtennest. Een andere halsbandparkiet was bezig een spechtennest leeg te halen. Ja ja, je moet maar durven.

Paddenstoelen. Ik verbaas me erover dat er nog zoveel paddenstoelen zijn. We zien fluweelpootjes. Ze zijn wat harig aan de steel en dus beschermd tegen kou en ze maken een suikerachtige substantie aan dat werkt als antivries. Dennenbomen doen dat ook. Elfenbankjes, judasoren, normaal heel zacht, nu door de vorst keihard. Ze zitten meestal op vlieren. Kogelhoutskoolzwam en honingzwam. Op een dode stam zitten de resten van een zwavelzwam. Deze is duidelijk “geoogst”. Het is een grote, gele zwam maar deze is afgesneden en de resten zijn spierwit . Als je de zwam eerst even kookt en daarna bakt heb je een heerlijke maaltijd. Het smaakt naar kip, vandaar dat deze zwam ook wel boskip wordt genoemd.

Er is een veld vol pagisandra, een groene bodembedekker en een vlier met nieuwe blaadjes. Deze blaadjes zijn “naakt” en bestand tegen vorst. De meeste knoppen hebben haartjes of een waslaagje om zich te beschermen tegen de vorst. Bij de hulst zie je dat de onderste bladeren stekels hebben, de bovenste bladeren zijn glad. Die stekels hebben tot doel de hulst te beschermen tegen vraatzuchtige dieren. We lopen langs een populierenlaan met grote , dikke populieren. Eén van die bomen heeft een omtrek van 4,55 meter. Het zijn kandelaars, d.w.z. ze zijn getopt om afbreken te voorkomen. Aan de afgevallen takjes van de populier zitten verdikkingen. Het zijn de groeiperioden.

In deze tijd van het jaar zie je veel molshopen. De mollen moeten dieper graven en meer tunnels aanleggen om bij hun prooi te komen. Door de vorst zitten wormen en larven dieper in de grond. Mollen hebben in hun “kamers” vaak voorraden wormen liggen. Jonge mollen moeten vaak een nieuw territorium zoeken.

Hier en daar zie je houtrillen. Deze dienen als vluchtplaatsen voor kleine dieren. Voor insecten een ideale plaats. We zien een grote stapel boomstronken. Eveneens een ideale plaats voor allerlei diertjes en insecten.

In het Kralingse Bos hangen veel nestkasten voor allerlei soorten vogels. Eénmaal per jaar worden al die kasten schoongemaakt en zonodig gerepareerd . Ben vraagt vrijwilligers om mee te doen aan die schoonmaakacties In de vleermuiskasten zitten vooral rosse vleermuizen.

We hebben genoten van de excursie en van elkaar. Dank aan de gidsen Ben en Rody.