Verslag van de Polderbendetocht op 3 januari 2017

Op een koude dag in de kerstvakantie gingen we op stap om vogels te gaan spotten. Iedereen had een verrekijker en bovendien hadden we 2 grote vogelkijkers. Dus als er vogels zouden zitten dan konden we ze in ieder geval goed bekijken.
Bij het verzamelen hebben we even gekeken of iedereen warm genoeg was aangekleed en dat was nodig, bleek al gauw. Er waaide een gure wind.
Swen die voor de eerste keer mee was als begeleider vertelde over trekvogels en standvogels. Sommige kinderen wisten al precies wat het verschil er tussen was en ook waarom vogels trekken of hier blijven. Dat dit vaak te maken heeft met de temperatuur en met het kunnen vinden van eten. Zelfs konden kinderen al een aantal vogels noemen die trekken; ooievaars, ganzen en ook de blijvers; merels, mezen, ganzen.

Na deze inleiding gingen we maar gauw op pad, want stilstaan was erg koud. Gelukkig hoorden we meteen op de plas achter ons heel veel ganzen. Maar welke? Al gauw zagen we dat sommigen witte plekken bij hun snavel hadden (kolganzen) en andere een oranje snavel (grauwe ganzen). Verder zaten er veel meerkoeten, een paar futen, wilde eenden en kuifeenden.
Maar behalve vogels was er veel meer te zien. We vonden sporen van rattenpootjes en heel veel vraatsporen van bevers en beverpoep.

Het blijft elke keer heel gek voor de kinderen om te zien dat je dit gewoon op kunt pakken en uit elkaar kunt halen, dat het niet vies is en niet stinkt en dat er alleen maar houtvezels in zitten. Natuurlijk vertellen we dan dat bevers 2x poepen; dat ze na de eerste keer hun poep weer opeten omdat ze weten dat er nog heel veel voedingsstoffen in zitten en daarna weer poepen en dan is het alleen maar hout. O ja, er was ook nog een speelse jonge hond, die bijna het visgeraamte op kwam eten, die we ook nog gevonden hadden. En we vonden mosselschelpen, sommigen met levende mossels erin.

Rattenholen vonden we ook in de oever. Je kon ze nu heel goed zien omdat het water zo laag staat. Terwijl we verder liepen en luisterden naar het eventuele geroffel van de bonte specht, hoorden we wel een groep staartmeesjes, die plotseling opvlogen en zagen we nog een paar koolmeesjes. Door de blubber gingen we naar de andere kant van de sluizen, over het hek naar een steile oever waar het holletje van een ijsvogel te zien was.

De vogel natuurlijk niet. Wel kon je hier weer goed een beverburcht zien en de ingang was ook goed zichtbaar. Eerst maar even naar het Vossengat. Bij het voorlopen zaten daar heel veel vogels, nu een enkele meerkoet en gans. Hoe zou dat komen dat er nu zo weinig vogels te zien waren? De wind speelde misschien een rol, er was weinig beschutting op het water en wij maakten natuurlijk toch best veel lawaai.  En koud was het, de kinderen klaagden er over. Dus hebben we eerst maar een spel gedaan om warm te houden; verstoppertje tussen de bomen en lekker rennen.

Daarna naar de andere plas waar Alice, Swen en Wim de kijkers al hadden opgesteld, want daar zaten wel vogels en zelfs bijzondere zoals de wintertaling, de grote zaagbek, slobeenden, aalscholvers met een witte buik, futen, smienten (die je ook fluiteenden noemt), wilde eenden, kuifeenden, blauwe reiger, een enkele zilverreiger.

In de bomen en struiken hoorden we ook roodborstjes en winterkoninkjes en een enkele merel. Ook hier was het koud, dus deden we een tikspel met 2 vogelvangers die vogels moesten tikken. De vogels hadden een briefje waarop stond welke vogel zij waren. Was er iemand getikt, dan zei je welke vogel je was. De vangers moesten dan zeggen of je een trek of een standvogel was. Hadden ze het goed, dan ging die vogel mee vangen. Hadden ze het fout, dan was de vogel weer vrij. Het is best lastig om te weten of een vogel trekt of blijft en bij sommige moet je wel even overleggen samen.

Nog even bomen klimmen en door de grote kijkers kijken.

 

Even kijken en luisteren naar Alice die mooie grote foto’s  van de vogels bij zich heeft, maar o,o,o die kou. Dan nog maar even struinen en zo kwamen we op een plek waar je naar beneden kon, dicht bij het water. Henny zei, niet te dicht bij het water want dan zak je in de modder en ja hoor, natuurlijk, je kunt er op wachten….wie zat er in de modder……

Swen en Wim moesten er aan te pas komen om de jongens en hun laarzen weer uit de prut te krijgen. Daarna zochten Annelie en Henny een weggetje waar het minder koud was. Gevonden…..alleen door de hoge braamstruiken konden we niet verder en moesten we weer terug. Het was er wel een stuk minder koud. Een groepje hoorden wel een grote bonte specht en bij de andere plas vonden we een raar ijzeren ding, het leek wel een arrenslee, maar het was het frame van een motor.

Toen terug naar de startplek waar gelukkig sommige ouders al stonden te wachten. Wat we nog nooit gehad hebben, hadden we nu: we waren te vroeg terug. Ik weet wel hoe dit kwam, jullie ook? Bij dit verslag vind je een zoekplaat van de vogels die we gezien hebben! Kun je ze zelf op een warmere dag nog eens gaan bekijken.

Henny

Download hier de zoekplaat van de vogelsvogelkaart_polderbende.pdf