Verslag van de Polderbende tocht 15 april in de Klompenwaard

Het belooft prachtig weer te worden, al is het bij onze start nog wat fris. We hebben een grote groep kinderen, waaronder 5 die voor het eerst met ons meegaan en geloof me, dat is best spannend!
De tocht van vandaag staat in het teken van het voorjaar, hier en daar is echt wel te zien, te horen en te voelen dat het voorjaar er echt aankomt. We doen eerst even een rondje namen, zodat we die in ieder geval allemaal een keer gehoord hebben. Dan doet Annelie een opdracht, waarbij de kinderen goed op moeten letten. Ze vertelt iets over een dier dat hier woont, in korte zinnen. Als de kinderen denken te weten welk dier dat is, houden ze hun vinger bij hun neus en komt Henny luisteren als zij fluisteren wat ze denken dat het is. Bij een paar kinderen ging dat al snel heel goed, ze wisten wat het was. Voor het einde wist iedereen wat het was, ja een slak. En die zullen we vast vandaag ook wel tegenkomen. Daarna lopen we het gebied in en letten onderweg goed op tekens van voorjaar. Als eerste zien we poep van paarden en van koeien en op die koeienpoep daar zit iets; ja beestjes, vliegen of zo en die zitten ook nog op elkaar. En dat doen ze niet voor niets natuurlijk maar om kleine vliegjes te maken. Het vrouwtje kan dan meteen eitjes leggen in de poep. Meestal is er maar 1 vrouwtje en meer mannetjes en soms pakt een mannetje het vrouwtje op en neemt haar mee naar een andere koeienvla om haar voor zich zelf te hebben. Raar he!

Terwijl we lopen horen we de eerste vogels, een soort zingt een bijzonder liedje: nu schijnt de zon, maar morgen gaat het toch weer regenen. Aan het eind van het liedje gaat zijn toon altijd omlaag. Henny zegt:” als je die vogel hoort , weet je zeker dat het voorjaar is” en hij heet de fitis.
We horen ook nog de graspieper en zien die ook zitten in de boom.

Wat is er veel te zien, slakken, de eerste brandnetels, maar ook bloemen. Zoals madeliefjes, hondsdraf, speenkruid en een die we niet kennen.

Die zoeken we op natuurlijk. O ja en vijfvingerkruid zien we ook. Annelie laat zien waarom speenkruid zo heet en Henny noemt de madeliefjes meizoentjes, jullie weten nu waarom.

Geuzen-klompenwaardWe zien de wilde koeien lopen, we moeten er langs en doen dat op veilige afstand. Swen vertelt dat deze koeien Rode Geuzen heten. Vooral de horens zijn heel spannend voor jullie. En ze hebben haren om hun piemel, dat is ook leuk!

Er ligt een grote omgewaaide boom, die helemaal afgeknaagd is. De koeien schuren hier hun vacht en de paarden eten van de bast. Even tijd voor een foto met zijn allen.

Boom KlompenwaardDan gaan we kijken hoe kikkerdril,  dat in het potje zit, een kikker kan worden. Eerst zijn het eitjes, dan worden het larfjes, dan kikkervisjes, dan kikker. En in elk stadium hebben ze natuurlijke vijanden door wie ze opgegeten kunnen worden. Hiermee gaan we een tik spel doen en dan ontdekken we hoe moeilijk het is om echt een kikker te worden. Geen wonder dat een kikker zoveel eitjes legt.

Op een dijkje zien we in het zand, zandbijen. Henny vertelt dat de bijen uit hun zandholletjes komen en dat er dan meteen andere insecten in de buurt zijn, die hun eitjes in de holletjes leggen. Dit zijn wolzwevers en zij hebben een lange neus. We zien ze vliegen. We krijgen ze niet op de foto, dus lenen we er een van internet.
Als we bij de nevengeul komen zien we veel ganzen, grauwe en canadese. En in de lucht vliegen ze heel snel over ons heen.

Pim heeft een konijnenbotje gevonden en Jolie heel veel slakken. We gaan naar het Waalstrand om daar met het aangespoelde hout kunstwerken te maken. Daar zien we ook een grote uitgebloeide doornappel die erg giftig is.

Polderbende Klompenwaard 13 Polderbende Klompenwaard 12

In groepjes gaan we aan de slag en er wordt van alles gemaakt: een zeilboot, een vrachtschip, een huis, een vos en een vogel, de letters SOS, een bloem, een zwaan…..prachtig! Opeens komt Ize aan gerend, zij heeft een dode egel gevonden, hij prikt nog wel. Tijn vindt het wel een beetje eng.

Polderbende Klompenwaard 15 Polderbende Klompenwaard 16

Wil vindt ook nog een duizendpoot in het zand.
We moeten al weer verder want sommige kinderen hebben de bunkers gezien en daar moeten we echt nog in of op.

Onderweg vindt Swen nog een dode egel, nog heel, de tandjes en pootjes kun je nog mooi zien. Maar als Swen hem omdraait zie je dat de egel van onderaf opgegeten wordt door allerlei insecten, o.a. de zwarte doodgraver en…. Het stinkt!

Bij de bunker vindt Swen op een takje een gal, dat is van de bramengalwesp en op de terugweg vindt Wil ook nog gallen van de akkerdistelgalboorvlieg. Mooi.

Polderbende Klompenwaard 21 Polderbende Klompenwaard 22

Dan de terugweg, en nee het elektrische trammetje stopt niet voor ons, dus we moeten het hele eind lopen. Dat valt niet voor iedereen mee. De ouders staan al weer te wachten.

Hoe komt het toch dat de tijd altijd veel te snel gaat als we op stap zijn met de Polderbende?

Polderbende Klompenwaard 26 Polderbende Klompenwaard 27