Verslag paddenstoelen wandeling Oosterhout zondag 11 november 2018

Op deze wat een regenachtige zondagmiddag staan er op de parkeerplaats aan de Van Boetselaerstraat 12 in Oosterhout 30 tot 35 mensen klaar om mee te gaan met Piet Broekhof op zoek naar paddenstoelen.

Tussen alle kleurige herfstbladeren was het inderdaad goed zoeken naar de verschillenden zwammen. Door de extreme droogte zijn het er nu veel minder dan andere jaren. Maar we hebben er toch heel wat gezien.

De meeste namen van de paddenstoelen verwijzen naar bepaalde eigenschappen; dat maakt het wat gemakkelijker ze te onthouden: - van de Breeksteeltjes breken snel de steeltjes, de Honingzwam heeft de kleur van honing, de Bundelzwam groeit in bundeltjes op een boomstronk, en ga zo maar door.

We zagen een Trechterzwam, Wittebultzwam, Taailing, Zijdeachtige beurszwam, Fluweelpootje en de Porseleinzwam. Die laatste lijkt inderdaad heel veel op kwetsbaar porselein.

Paddenstoel Oosterhout 2Enkele andere namen vragen om meer uitleg. Het Judasoor groeit meestal op een Vlier, en voelt echt aan als een oor. De toevoeging ‘Judas’ komt door het volgende verhaal: Toen Judas Jezus had verraden wilde hij een eind aan zijn leven maken door zichzelf op te knopen. Maar geen enkele boom wilde zijn strop dragen, behalve de vlier. Vandaar.

De griezelige naam ‘Dodemansvingers‘ past bij de zwarte vingervormige paddenstoeltjes die tussen de bladeren omhoog steken; officieel Houtknotszwam. De naam Doolhofzwam slaat op het doolhof van lamellen onder de hoed. De romantische naam Elfenbankje spreekt voor zich.

Verbazingwekkend is dat er in één paddenstoel meer sporen (de zaadjes van de paddenstoel) kunnen zitten dan er mensen op aarde zijn.

Het grootste deel van de paddenstoel zit onder de grond, of onder de schors van een boom. Een netwerk van schimmeldraden vormt bovengronds uitlopers met een bobbel, waaruit de paddenstoel ontstaat. Wat we zien - de paddenstoel-, is eigenlijk het vruchtlichaam van een schimmel. De paddenstoel is dus vergelijkbaar met een appel aan een boom.  Zo’n netwerk van schimmeldraden kan heel uitgestrekt zijn; soms kilometers lang.  

De paddenstoelen worden ingedeeld in drie groepen; Symbioten, Parasieten en Saprofieten

De eerste leven samen met een ander organisme en ze hebben daar beide baat bij. De tweede groep leeft ook op een ander organisme, maar die gaat daaraan dood. De laatste groep zijn de grote opruimers van het bos en verteren allerlei resten.

En welke paddenstoelen je kan eten ? Volgens Piet allemaal, al kun je sommige maar één keer eten, omdat je er aan dood gaat !

Na een uur wandelen op het terrein van Huis Boetselaer hebben we weer veel geleerd over deze interessante organismen.