17 januari 2016: Verslag Polderbende Gendtse polder

Goed ingepakt en  met stevige laarzen aan gingen we op pad met de kids van de Polderbende, jong en oud door elkaar. Deze keer hadden we een fotospeurtocht bedacht. Aan de hand van foto's op a4-formaat moesten de kinderen te weten zien te komen welke kant we op zouden gaan.

De oudste kinderen stoven weg en keken maar half maar de jongsten zagen dat de door bevers omgeknaagde bomen langs het pad, op de foto stonden. We leerden: als je goed en rustig de tijd neemt zie je meer en de bevers zitten hier vlak bij de mensen.

Even later zagen we tussen twee plassen  een duidelijke wissel, gemaakt door de slepende platte staart van de bever. 

En aan de verhoogde oever een eindje verder een hol. Henny vertelde dat het van een bever kon zijn maar ook van een beverrat. Een beverrat is een stuk kleiner en heeft een echte rattenstaart. De bever heeft een brede, platte staart.

In het bosje vlakbij had Henny onlangs nog een ree gezien. Een mooie gelegenheid om te vertellen dat dieren in de winter, als de bomen kaal zijn een goede schutkleur moeten hebben om niet op te vallen. Aan de kinderen de uitdaging om zich binnen 15 tellen te verstoppen. We moesten echt goed kijken om ze te vinden. Ondanks de felle jassen en mutsen hadden ze zich ongelooflijk goed verstopt. Storm zei: Het leek me het beste om helemaal plat op de grond te gaan liggen. Dan heb je de minste kans om ontdekt te worden! Aan een struik zagen we een prachtig bolvormig nestje van de buidelmees, aan de buitenkant bekleed met mos. Als je je voorstelt dat dit in de lente tussen de groene blaadjes hangt dan is dit wel een gevalletje van super camouflage!

We hadden er een stuk opzitten dat aan een jungle deed denken maar nu kwamen we bij een gedeelte dat iets weg had van een weiland. Daar vertelde ik over de rammeltijd, de paartijd bij de hazen. 

De rammelaars zoeken een vrouwtje en vechten om het mooiste. Het gaat er agressief aan toe. Het lijkt wel een kickboksgevecht. Dat wilden de kinderen ook weleens proberen. Ze zochten iemand van gelijke grootte en probeerden elkaar om te duwen, daarna gingen ze boksen en probeerden ze elkaar te raken.

We eindigden met een spelletje handen achter de rug en na 1,2,3 een vuist naar voren steken. Het was de bedoeling dat de vuisten precies tegenover elkaar kwamen. Yes! Lekker om even te bewegen want het was best koud.

Toen weer verder langs een smal pad. We kwamen uit bij een grote plas. Daar hoefden we niets uit te leggen of te doen want het ijs lonkte. Het blonk in de zon en daagde uit om er stokken in te gooien of erop te laten glijden. Je kon er mooie platte stukken uithalen, het leken wel ruiten. En als je erdoorheen keek zag de wereld er anders uit. Prachtig! 

Er werden ook nog poelslak, een libellenlarve en een mosselschelp gevonden, schatten die in de jaszak mee naar huis gingen! Even een lekkere koek eten en weer verder van het gladde ijs naar een zeer modderig pad. Leuk om erdoorheen te ploeteren maar handiger om langs de rietrand te lopen.

Fijn dat er weer een stuk grasland kwam. Daar vertelde Henny over de vrouwtjeseenden die de komende tijd weer een heleboel woerden, mannetjes eenden,  achter zich aan krijgen. Het vrouwtje weet soms niet waar ze het zoeken moet en probeert de mannetjes kwijt te raken. Dat vroeg weer om een spel. Er waren drie vrouwtjes Nina, Henny en Annelie die liepen zo hard als ze konden. De mannetjes renden er achteraan en degene die een vrouwtje een klapzoen (of voor de wat verlegen mannetjes) een handkus had gegeven had gewonnen en had zijn vrouwtje gevonden.

Hierna moest er gezocht worden naar een plek waar mensen een vuurtje stoken. Die werd snel gevonden. Genieten in de natuur mag maar dan moet je geen bierflessen laten liggen vonden de kinderen.

We hadden al anderhalf uur gelopen en het uithoudingsvermogen van sommige kinderen werd aardig op de proef gesteld. Tijd om te vertellen dat dieren een goede conditie moeten hebben. In de winter vallen ze eerder op en daarom moeten ze lange tijd hard kunnen lopen als ze moeten vluchten. Rondom een grote boom lieten de kinderen zien dat zij niet voor de dieren onder doen. 

Minstens tien rondjes renden ze en dat zonder moe te worden. Petje af want het ging prima!

Maar de tijd ging snel en we moesten weer verder. Nog even omhoog kijken naar de vleermuizenkast die onlangs is opgehangen ter compensatie van het verlies van schuilplaatsen als er  binnenkort enkele bomen worden gekapt.

Aan het begin van de tocht hadden we de kinderen beloofd dat er aan het eind een verrassing wachtte. We waren er bijna. Aan de linkerkant van het pad  moesten ze zoeken en jawel hoor. Daar vonden ze een hol. Eerst leek het alsof er niets te zien was maar toen onze ogen erop ingesteld waren zagen we …….een dikke staart en een vale vacht, die op leek te gaan in de omgeving. De kinderen waren het erover eens dat het een dood dier moest zijn. Wim en ik gingen plat op de buik liggen en trokken het dier er, met handschoenen natuurlijk, langzaam uit...Spannend… hoe zou het eruit zien? 

Misschien was het wel te eng. En toen ineens hadden we het te pakken. Het was een prachtige, goed geconserveerde vos. Haast triomfantelijk hield ik hem omhoog. Wat een prachtig dier en wat geweldig om de vos eens van dichtbij te kunnen bekijken. De  kinderen waren erg onder de indruk en wij niet minder. Wat een mooi slot van een heerlijke tocht.

Nadat Henny ieder kind een folder meegaf waarop de belangrijkste informatie van vandaag stond, renden de kinderen naar hun ouders. Raad eens wat ze het eerst vertelden?